Het boek van de tot Nederlander genaturaliseerde
Portugese schrijver J. Rentes de Carvalho is een getuigenis
van een halve eeuw van zijn leven in Nederland (1956-2006).
Een ‘licht’ citaat en de ‘ernstige’
slotparagraaf.
“Andere gelegenheid, andere gasten. Uit aardigheid
en om te voorkomen dat we bij een volgend etentje
hetzelfde serveren, hebben we bij ons thuis de gewoonte
in een boekje te noteren wat er wordt gegeten. Uit
dat boekje kopieer ik dat we hun die dag sherry en
whisky aanboden bij het aperitief dat bestond uit
crostini met gemarineerde zalm en dille,
pasteitjes van een kwaliteitsbanketbakker, kaasvlinders
idem, walnoten, amandelen en olijven.
Het dinertje begon met een soupe demoules
safranée, gevolgd door een met kaas en
tomaat gegratineerde lamsbout uit de oven. Bij de
soep dronken we een Gewürztraminer en bij het
lam een Marqués de Riscal Riserva.
Na een pauze werd hun een kaasplateau geserveerd
met brie, chaumes, crottin de chèvre, overjarige
goudse, roquefort, camembert en stilton, en als adequate
begeleiding een tien jaar oude port en een fles Monbazillac.
Er werd besloten met een chocoladetaart en daarna
koffie, vergezeld van amandelkrullen en marsepeinaardbeien.
Het was een genoegen hen met smaak te zien eten en
genieten, en - ere wie ere toekomt – ze waren
scheutig met hun complimenten. Bij het afscheid herhaalden
ze wat ze eerder hadden gezegd: een dergelijk banket
vroeg om een revanche.
Inderdaad kwam een paar maanden later de beloofde
uitnodiging en nieuwsgierig naar wat zij, welgestelde
mensen, ons zouden voorzetten togen we erheen.
Tot onze verbazing was de tafel gedekt met alleen
een soepbord op elke plaats, met daarnaast een lepel
en een papieren servet. Verder een schoteltje hazelnoten
en een schoteltje zoutjes. De keuze aan drinkbaarheden
omvatte Coca-Cola en limonade.
We knabbelden. We dronken. We converseerden in een
gemoedstoestand die zich gemakkelijk laat raden en
uiteindelijk verscheen de onwaarschijnlijke revanche
op tafel: een pan erwtensoep.”
“Als ik een droom heb, is dat niet die van de
onwerkelijkheid de bestemming van dit land ooit in
handen te zien van een dictator en niet eens in die
van een met absolute meerderheid regerende partij.
Maar wel in die van mensen die zich er rekenschap
van geven dat Nederland erbij gebaat is de folkloristische
mythe van de tolerantie bij te zetten in een museum
en van al zijn bewoners een onbetwist respect voor
zijn wetten te eisen.”