Column:
Wijn bij tweestrijd in de Tour de France 2009?
Door Charlotte van Zummeren
Er is geen ontkomen aan deze weken. De Tour de France
is iedere dag op de buis. Waar de Tour is, is doping
en hoewel het dit jaar tot op heden nog rustig is
op dit vlak kan op ieder moment weer een affaire opduiken.
De ronde uitrijden zónder doping lijkt zowat
onmogelijk. Doping hoort bij het wielrennen, in ieder
geval bij de Tour de France. Drie weken lang fietsen,
onder de meest moeilijke omstandigheden, redt niemand
zonder prestatieverhogende middelen. Hoe je het ook
wendt of keert. Het zou ook zonder kunnen, gewoon
fietsen op koolhydraten, vocht en vitaminen, maar
iedere renner wil altijd beter. De stap van verzorging
om te herstellen na een zware dagetappe, zoals dat
heet in wielerkringen, naar doping schijnt héél
klein te zijn.
Wat doet doping? Het pept op en helpt te herstellen
en gaat dus iets verder dan alleen verzorgen.
Wijn kun je ook oppeppen. Als de most te slap is
kun je suiker toevoegen waardoor het alcoholpromillage
stijgt. Ook kun je water aan de wijn onttrekken, als
deze te waterig is. De echte wijnpuristen moeten hier
allemaal niets van hebben. De wijn moet het hebben
van de eigen sappen, het terroir en de fermentatie
en alle kunstmatige toevoegingen zijn uit den boze.
Het neemt dan wel meer tijd om een mooi glas te maken,
maar het is niet anders.
In de nieuwe wereld is het daarentegen heel normaal
om de wijn een zetje te geven. Houtsnippers, industriële
gisten, het opvoeren van de concentratie, zuurtje
erbij, niets zullen ze nalaten om wijn een extra of
andere dimensie te geven. Er wordt ook helemaal niet
stiekem over gedaan, iedereen weet het.
In
Veneto, een provincie in het noordoosten van Italië,
bestaat er al veel langer een andere manier voor het
oppeppen van wijn. De wijnmakers voegen jonge wijn
toe aan de droesem van de Amarone, waardoor een tweede
gisting plaatsvindt en de wijn meer alcohol, extractie,
aroma en smaak krijgt. De druiven die gebruikt worden
voor de Amarone, worden laat geplukt en gedroogd.
Daarna vindt een droge fermentatie plaats en dat geeft
een behoorlijk geconcentreerde most. Vervolgens wordt
daar een jonge wijn aan toegevoegd, die opnieuw gaat
gisten. Het resultaat, na een tot twee jaar fustrijping,
is een Ripasso Valpolicella Superiore. Een stevig
glas wijn, die de rit van een lange, voedzame maaltijd
moeiteloos uitzit en zich uitstekend laat combineren
met zware maaltijden na een intensieve dag werk.
Dit oppeppen van de wijn is volledig naturel en toegestaan..Echt
een schone vorm van wijn ‘doping’. Misschien
moeten de renners in de Tour de France dat eens proberen
’s avonds bij het eten: een lekker vol glas
Ripasso. Dan sta je de volgende dag weer vrolijk op
de pedalen en kun je er meer dan vol voor gaan. Amstrong
en Contador hand in hand over de finish met een fles
Ripasso?
Charlotte van Zummeren
Copyright by : Wijnplein.nl | Jan Rook | | 3 bezoekers op de site