Uw verslaggever maakt sinds 1985 deel uit van een
groep vinologen die regelmatig samen wijnen proeft.
De groep vierde het 25jarig bestaan met een bezoek
aan Portugal.
Eerder bezochten we het portgebied, nu besluiten
we drie andere Portugese wijngebieden aan te doen.
Dat doen we vanuit pousadas die www.girassolvakanties.nl
voor ons heeft gereserveerd.
Pousadas zijn in Portugal oorspronkelijk opgezet als
staatshotels in historische gebouwen of op unieke
locaties. Sinds 2003 opereren ze onder de vleugels
van de Pestana groep, tegenwoordig de belangrijkste
Portugese hotelketen.
Setúbal
De pousada is gevestigd in een fort waarvan de bouw
is begonnen in 1582, ten tijde van Filips II van Spanje,
Filips I van Portugal. Wie door de tientallen meters
dikke vestingmuren zijn koffers naar
boven heeft gesleept, wordt beloond met een imposant
uitzicht: de stad (Setúbal), de rivier (Sado),
de zee (Atlantische Oceaan), de bergen (Serra da Arrábida)
en het schiereiland (Tróia).
Als een rijk man achter je staat
We gaan door de bosrijke Serra da Arrábida
op weg naar Azeitão voor een bezoek aan Bacalhôa
Vinhos de Portugal. Dit bedrijf is in 1922 opgericht,
onder de naam João Pires & Filhos. In 1998
werd Joe Berardo eigenaar. Joe werd, 4 juli 1944,
als José Manuel Rodrigues Berardo op Madeira
geboren.
In 1963 emigreerde hij naar Zuid-Afrika, waar hij
zijn fortuin maakte. Enkele jaren geleden noemde men
hem de Man van Vijftig Miljoen, het bedrag van de
levensverzekering die hij afsloot om drie dagen te
filmen in reclame voor de American Express credit
card. Joe is een enorme kunstverzamelaar. In 2000
verwierf hij Quinta da Bacalhôa, het eerste
paleis in Portugal uit de Renaissance periode (1480).
Het paleis is de afgelopen tien jaar in oude glorie
hersteld. De tegels met veel Moorse invloeden zijn
wonderschoon. De wijngaard binnen de muren van het
paleis, in productie sinds 1979, is uniek. Sinds 2005
vinden dan ook alle activiteiten plaats onder de bedrijfsnaam:
Bacalhôa Wines of Portugal. Het bedrijf heeft
een totale productiecapaciteit van 20 miljoen liter
en ongeveer 1000 hectare
aan wijngaarden.
Onder leiding van wijnmaakster Filipa Tomaz da Costa
proeven we de merken: Serras de Azeitão, Catarina,
Tinto da Ãnfora, Meia Pipa en Quinta da Bacalhoa.
Onze speciale belangstelling gaat uit naar Moscatel
de Setúbal. Niet voor niets noemen Portugezen
Moscatel de Setúbal: de koning van Azeitão
en Filipa Tomaz da Costa: a senhora Moscatel de Setúbal.
Bacalhôa Moscatel de Setúbal 2004 heeft
in het bouquet de rijpheid van muskaat in combinatie
met sinaasappelschil. De wijn rolt door de mond, is
krachtig en heeft een lange afdronk.
Bacalhôa Moscatel de Setúbal 1999 is
wat minder uitgesproken van neus, waarin sinaasappelschil
meer op de voorgrond treedt. De smaak is voller en
zoeter.
Filipa: “2004 heeft 5 jaar gerijpt op kleine
vaten (200 liter) van Amerikaans eiken , 1999: 8 jaar.
De intensiteit van het zoet neemt met de tijd toe.
Ik gebruik bij de rijping een natuurlijke ‘broeikas’
techniek, zoals het ‘canteiro’ systeem
van goede madeira. Ondanks deze oxidatieve techniek
behouden de wijnen hun fruitigheid. De terpenen die
hiervoor bij Moscatel de Setúbal zorgen, hebben
namelijk een zwakke verbinding met de suikers. Zodra
de wijn bij het serveren lucht krijgt, wordt deze
verbinding verbroken en komt het intense aroma vrij.
“
“Vóór de rijping op vat, ondergaat
Moscatel de Setúbal een fermentatie alsof het
een rode wijn is, in contact met de schillen. De fermentatie
wordt onderbroken door de toevoeging van wijnalcohol,
dezelfde techniek als bij portwijn. Maar daarna blijft
het geheel van most, schillen, pitten en wijnalcohol
nog maanden, de hele winter en een deel van het voorjaar,
macereren. Pas daarna, na het oversteken en persen,
kan de rijping op vat beginnen. Ik maak mijn wijnen
van 100% Moscatel de Setúbal (wettelijk min.
67%).”
Bacalhôa Wines of Portugal maakt vanaf 1983
Moscatel de Setúbal. Filipa Tomaz da Costa
heeft daarop vanaf het begin haar stempel gedrukt.
Lissabon
Waarschijnlijk
is Lissabon minder in trek bij vinologen dan Porto.
Nagenoeg alle porthuizen zijn namelijk gevestigd in
Porto (of nauwkeuriger gesteld aan de overkant van
de rivier Douro, in Vila Nova de Gaia). Lissabon is
de hoofdstad van Portugal en heeft de bezoeker meer
dan alleen wijn te bieden. De geschiedenis van Lissabon
gaat ver terug.
De Feniciërs lieten van de elfde tot de zesde
eeuw vóór Christus hun sporen na. Op
de plaats van het Castelo de São Jorge hadden
ze een belangrijke handelstussenpost, die ze Alis
Ubbo noemden (‘lieflijke bocht’). Een
legende schrijft de stichting van Lissabon toe aan
Odysseus, de held van de Odyssee, wiens naam ten oorsprong
zou liggen aan het toponiem Olisipo dat zich in de
loop der eeuwen ontwikkeld zou hebben tot Lisboa.
Lissabon ligt op slechts 45 km. afstand van Setúbal.
We hebben niet veel tijd nodig om deze afstand over
de autobaan te overbruggen en rijden Lissabon binnen.
Aan het begin van de Avenida da Liberdade staat een
groot standbeeld van de Marquês de Pombal.
Pombal beschikte over dictatoriale bevoegdheden door
zijn indrukwekkende optreden na de aardbeving van
Lissabon. Op 1 november 1755 beefde om tien uur ’s
ochtends de aarde in Lissabon. Het was Allerheiligen,
dus de kerken zaten stampvol. Dertigduizend doden.
Het epicentrum lag in zee. De tsunami, zoals we hem
tegenwoordig zouden noemen, vaagde de kerkgangers
weg die naar het strand waren gevlucht. Men stelde
onmiddellijk de vraag of de aardbeving een teken van
God of een natuurverschijnsel was. Die vraag ondermijnde
het werk van degenen die de orde moesten
herstellen. Op de eerste plaats van Pombal, de omstreden
eerste minister van Portugal. Toen de ongelukkige
jonge koning hem vroeg wat er na de aardbeving gedaan
moest worden, zou Pombal hebben geantwoord: de doden
begraven en de levenden te eten geven. Hij zorgde
ervoor dat de lijken zo snel mogelijk werden opgeruimd
om epidemieën te voorkomen, vorderde graanvoorraden
om een hongersnood af te wenden en gaf de troepen
het bevel plunderingen binnen en buiten de stad tegen
te houden. Pombals maatregelen waren zo succesvol
dat hij zelfs wist te bereiken dat de wekelijkse krant
bleef verschijnen zonder een nummer over te slaan.
We zakken de, na de aardbeving door Pombal aangelegde,
Avenida da Liberdade af en parkeren de auto. We bevinden
ons in de benedenstad, in zijn geheel na de aardbeving
van 1755 weer opgebouwd. We lopen in de richting van
de Taag en bereiken het, aan de oever ervan liggende
plein, Praça do Comercio. Alle zijden van het
plein, behalve de oeverkant, bestaan uit regeringsgebouwen.
In een van de galerijen bevindt zich, sinds enkele
jaren, de Sala Ogival van Vini Portugal.
De Sala Ogival is van dinsdag t/m zaterdag van 10
tot 6 uur voor het publiek open. Uitgebreide informatie
over Portugese wijnen is beschikbaar. Afwisselend
wordt aan 3 gebieden specifiek aandacht geschonken.
De bezoeker kan uit die drie gebieden gratis wijnen
proeven, op voorwaarde dat hij een beoordelingsformulier
over de wijn en verpakking invult.
We gaan van de beneden- naar de bovenstad om te
lunchen in restaurant Tavares. De Elevador da Gloria,
een wel heel speciaal oud trammetje, brengt ons langzaam
omhoog naar de Rua São Pedro de Alcântara.
Boven geniet je van een van de mooiste uitzichten
op Lissabon. Aan de overkant van de straat bevindt
zich de Solar do Vinho do Porto, waar je honderden
verschillende ports per glas kunt drinken. We lopen
wat verder door tot Rua da Misericórdia 37,
waar zich restaurant Tavares bevindt.
Dit voorjaar lunchten
mijn vrouw en ik al in het vernieuwde Tavares,
op deze plaats gevestigd sinds 1784. Nu kiest onze
groep van 8 personen het Menu Desassossego (ongetwijfeld
een verwijzing naar Livro do desassossego, Het boek
der rusteloosheid van Fernando Pessoa). 7 gangen voor
€ 90, met bijpassend wijnarrangement voor €
30.
“U moet er wel de tijd voor hebben,” is
ons bij binnenkomst gezegd. Die hadden we en 4 uur
later concluderen we dat smaak en presentatie overweldigend
waren. Om het maar bij één voorbeeld
te laten: een etagère met op een glasplaat
verse vis uit Cascais, eronder zeewier en koolzuursneeuw.
Fado
De Vlaming Paul van Nevel is muziekdeskundige, cultuurhistoricus
en leider van het Huelgas Ensemble. In zijn boek Dertig
jaar verslaafd aan Lissabon schrijft hij: ‘Ik
vind dat men geen fado kan beluisteren en begrijpen
buiten zijn natuurlijke biotoop. Fado is niet alleen
tekst, niet alleen muziek niet alleen fadista’s,
niet alleen begeleiders. Het is een moment van saamhorigheid,
van eensgezindheid en van alchemie als men in een
kleine gemeenschap, op de juiste plek en op het goede,
bij voorkeur náchtelijke tijdstip getuige kan
zijn van een poëtische evocatie die haars gelijke
niet heeft en die als Quinta Essentia bezwerend de
ruimte vult.’ De wereldberoemde fadozangeres
Amália Rodrigues heeft het bondig samengevat:
‘De fado, dat is voortdurend vragen stellen
terwijl men weet dat er geen antwoord is.’
Van vroeger herinner ik me dat de minst toeristische,
meest authentieke fadohuizen te vinden zijn in de
wijk Alfama. We reserveren bij Parreirinho de Alfama:
5 fadista’s die in de loop van de avond verschillende
keren optreden, dames die met wit schort voor, serveren,
hier blijkt in 23 jaar niets veranderd te zijn.
Onze dichter Slauerhoff (1898-1936) heeft Lissabon
beschreven en de fado bezongen. Zijn gedicht O enjeitado
(De vondeling) begint als volgt: ‘Ik voel mij
van binnen bederven, Nu weet ik waaraan ik zal sterven:
Aan de oevers van de Taag.’
Het is tijd om uit Lissabon te vertrekken. We rijden
in het donker van de nacht op de brug over de Taag.
We willen het wijngebied Alentejo (over de Taag) gaan
bezoeken.