Na aankomst maandagavond in de grootste stad van
noord-Argentinië, Salta, nam Flying Wine Writer
Jan Rook zijn intrek in het Sheraton Hotel , waar
de Nederlandse manager Herman Reeling Brouwer de scepter
zwaait. De volgende
dag stond de rit naar het wijnbedrijf Colomé
van de puissant rijke Zwitser Donald Hess op het programma.
Het zou een bizarre en indrukwekkende rit naar de
meest afgelegen winery met de hoogst gelegen wijngaarden
ter wereld worden.
Op dinsdagochtend zou op advies van de pr-manager
van Colomé een pickup met 4-wheeldrive van
verhuurbedrijf HERTZ bij het hotel worden geleverd.
Ze had voor mij een speciaal tarief kunnen bedingen
van 400 pesos per dag (100 euro). Dit vervoermiddel
zou ik voor de 160 km lange en niet geasfalteerde
weg het beste kunnen gebruiken…
Doorgaans huur ik tijdens mijn wijnreizen een huurauto
van AVIS, maar voorruit, als het zo’n goede
deal is, dan moet ik niet flauw doen.
Toen de pick-up arriveerde, wilde de medewerker van
HERTZ dat er een autorisatie van 20.000 pesos (5000
euro) op mijn creditcard zou worden verstrekt.
Het bedrag leek me wel erg hoog voor een huurauto
en het risico was volgens de medewerker van HERTZ
niet met een hogere premie te verlagen…
Er ging bij mij een lampje branden. De 160 km lange
weg zou niet geasfalteerd zijn, door de bergen gaan
en dat vier uur lang. Een risico van 5000 euro voor
schade. De rit naar mijn bestemming was dus kennelijk
zo risicovol, dat men op voorhand een garantie van
5000 euro verlangde. Dit vond ik te gortig. Eerst
maar even mijn eigen AVIS consulteren. Zij hadden
ook
een pick-up maar voor ongeveer 200 euro per dag en
met een mogelijkheid om het schaderisico te verlagen
door een hogere premie. Daarmee kwam het huurbedrag
zo hoog uit dat ik voorstelde, om dan maar een ‘normale’
huurauto te nemen. Dit bleek niet mogelijk. Er was
geen ‘normale’ huurauto beschikbaar (nu
weet ik waarom niet).
Goede raad is duur. Dan maar geen huurauto. Misschien
is er een mogelijkheid om een taxi voor deze vier
uur durende rit te bestellen? Dit was mogelijk. De
prijs: 400 pesos (100 euro). Het leek me geen slecht
idee. Geen risico en iemand die de weg kent.
Mijn taxichauffeur kwam een half uur later met een
keurige auto bij het hotel en de reis kon beginnen.
Na een uur rijden op een ‘normale’ geasfalteerde
weg, begon een bizarre rit op een zandweg bezaaid
met keien door een fascinerend landschap. Ik dank
Sinterklaas op mijn knieën dat ik deze dappere
chauffeur bereid heb gevonden om zijn auto beschikbaar
te stellen.
Weldra reden we op een soort zandpad hoog in de bergen
waar je beter geen tegenligger kunt ontmoeten. Wie
hoogtevrees heeft, niet tegen stof kan of niet drie
uur ‘shaken & stirred’ wil worden’,
moet niet aan zo’n onderneming beginnen. Het
heeft ook iets weg van ‘voortschrijdend inzicht’.
Je denkt nog: het zal zo’n vaart niet lopen,
want die chauffeur weet waar hij aan begint. Neen,
deze rit is de meest bizarre en langst durende marteling
die een wijnschrijver (de chauffeur en de auto) kan
ondergaan.
Vanuit de auto probeer ik in de hobbelende auto foto’s
te maken. De auto heeft het zwaar te verduren, de
chauffeur blijft ‘cool’. De bodemplaat
van de auto krijgt op zijn donder. Van het groene
bergachtige landschap rijden we langzaam in een decor
met woestijnachtige,
onvruchtbare valleien. Hier kunnen alleen cactussen
overleven. Ze staan er. Meters hoog en op de achtergrond
de bergen met rode, rose en soms groene en blauwe
kleuren.
Na drie uur schudden, hobbelen en zigzaggen tussen
de keien zien we plots een bord met Colomé.
Nog slechts één uur rijden en 48 km...
(Klik hier voor grote
foto)
De weg wordt nog slechter. Deze keer een soort wasbord
die ik ooit bij een autotest op televisie zag. Inderdaad,
het duurde een uur voordat de poort van Colomé
opduikt.
Bij aankomst staat het hotelpersoneel klaar. Een personeelslid
houdt een blad vast met een glas water erop. Ik denk
dat menigeen liever een dubbele whisky na deze rit
zou prefereren...
Ik betaal de chauffeur de gevraagde 400 pesos en
geef hem 50 pesos als fooi. Voor Sinterklaas zeg ik
in het Engels. Hij is er blij mee. Ik dank de goed
heilig man, dat ik niet zelf deze - voor mij meest
bizarre tocht in mijn wijncarrière - zelf had
moeten afleggen.
Op het terras van het restaurant ontmoet ik voor
het eerst Donald Hess. Hij zit met een cameraploeg
te lunchen. Na de begroeting flap ik eruit dat volgens
de Conventie van Genève een marteling in een
auto nooit langer dan een uur mag duren. Hij repliceert:
“ deze weg is prachtig om te rijden en de conventie
slaat niet op ‘pleasures’ zoals wij die
op Colomé hebben’.
Ik moet de bijzondere ervaring nog even laten bezinken.
Deze ‘outpost’ zal me met zijn accommodatie
en wijnen moeten overtuigen dat een dergelijke bizarre
rit een goede investering is.