Slechts twee wijnen hebben in Spanje geen wettelijke
vereiste om het woord ‘denominacion de origen’ op
het etiket te zetten. Het zijn sherry en cava.
De naam cava, staat voor mousserende wijn, die
volgens de traditionele methode van vergisting
in de fles is ontstaan en in nader omschreven gebieden
is geproduceerd. Het Consejo Regulador de la Denominacion
Cava bepaalt dat de ‘de origen’ niet
mag worden gebruikt.
Historie
In 1872 werd de eerste commerciële cava gemaakt
in een speciaal hiervoor ingericht gebouw. Het
was Josep Raventos die in de stad Sant Sadurni
d’Anoia (in de vallei van de rivier de Anoia)
in de ‘comarca’ Alt Penedès
(provincie Barcelona en de ‘autonomia’ Catalonia)
die als eerste met het bedrijfsmatig produceren
van cava begon. De cava die hier wordt geproduceerd
mag elk van de genoemde namen gebruiken m.u.v.
de meest voor de hand liggende benaming ‘Penedès’,
omdat de EG-wetgeving niet toestaat, dat een andere
kwaliteitswijn onder dezelfde herkomstbenaming
op de markt komt.
De wekelijkheid is echter dat 95% van alle cavawijn uit Catalonië afkomstig
is en voor 75% gemaakt is in en rond de stad Sant Sadurni. Omdat cava
ook uit andere geografische gebieden afkomstig kan zijn, is het gebruik
van de geografische benaming verboden. Er staat dus geen ‘de
origen’ op het etiket, maar slechts ‘cava’.
Champagne
Het was La Champagne die de wereld voor de mousserende
wijnen lekker maakte. De Catalanen wilden echter
in hun eigen behoefte naar mousserende wijnen voorzien.
Toen de bars in Barcelona de eerste kurken lieten
knallen, raakten de wijnmakers geïnteresseerd
in de productie van mousserende wijnen. De technologie
van het produceren was niet een mysterie, omdat
men al wist hoe men de mousse in de wijn moest
krijgen. Het ging echter meer om het verbeteren
van het kwaliteitsniveau en het voorkomen dat de
flessen explodeerden.
Een groep vooruitstrevende wijnmakers kwam elke zondag bijeen om de
uitkomsten van hun experimenten met mousserende wijn te bediscussiëren.
Problemen waren er genoeg: gebarsten flessen, slechte kwaliteit kurken,
hoge temperaturen tijdens het bottelen, slechte inefficiënte degorgement-technieken
en ‘last but not least’, geoxideerde druiven die in de
bodega’s kwamen.
Pionier
Een van de pioniers van de cavaproductie was Agusti
Vilaret i Centrich (1820-1903), een bakkerszoon
uit Blanes (Girona) die naar Cuba was gegaan en
daar een fortuin maakte. Hij kocht in 1859 een
gebouw in zijn woonplaats en begon met het produceren
van mousserende wijn, terwijl hij onder Lluis Justo,
de wijngoeroe van het Laboratori de L’Ínstitut
Agricola de Sant Isidre , studeerde. Agusti kocht
in 1865 een boerderij (Mas Ferran) en huurde Justo
in als technisch directeur.
Experimenten
Hij experimenteerde met pinot noir en chardonnay
die hij uit de Champagne importeerde en zette honderden
experimenten op met autochtone druivenrassen om
een basiswijn te maken die zuiver en prettig van
smaak was. In welk jaar precies de eerste commerciële
cava op de markt kwam, is niet duidelijk, maar
men neemt aan, dat dit in 1862 plaatsvond. Het
wijnbedrijf Mont-Ferrant bestaat trouwens nog steeds.
Het was inmiddels iedereen wel duidelijk, dat
de productie van mousserende wijn slechts mogelijk
zou zijn als er enorm wordt geïnvesteerd in
wijngaarden en/of contracttelers, de aankoop van
moderne vergistingtanks, moderne vinificatieapparatuur
en de duurste flessen en kurken. Daarbij kwam nog,
dat men de Catalanen ervan moest overtuigen, dat
een Catalaans bedrijf instaat is om mousserende
kwaliteitswijn te produceren die zich kon meten
met geïmporteerde mousserende wijnen. De risico’s
van het opstarten van de cavaproductie waren dus
enorm.
Zoektocht druivenrassen
Aanvankelijk dacht men Franse druivenrassen die
in de champagneproductie gebruikt worden te kunnen
kopiëren. Al snel bleek dit echter een foutief
uitgangspunt. De wijngaarden in de Champagne zijn
duidelijk al tientallen jaren in productie. Bodem
en het klimaat zijn echter volstrekt verschillend
van die in de Champagne. Het was duidelijk, dat
als je in Catalonië goede mousserende wijnen
wilt maken, jegebruik moet maken van druivenstokken
die al jaren in de wijngaarden worden gecultiveerd
en zich dus ook aan de bodem en het klimaat al
hebben aangepast.
Doorbraak
De eerste doorbraak in
verbetering van de cavaproductie vond plaats in
de wijngaarden. Men maakt onderscheid in drie landschapniveaus:
de baix– mitja en alt-Penedès, waar
ook druiven groeien met verschillende eigenschappen.
In de lager gelegen wijngaarden zijn de druiven
goed en rijp, geschikt voor zoete en rancio-wijnen
(rijping door oxidatie).
De druiven uit het middelste landschapniveau zijn qua hoeveelheid minder
en hebben meer tijd nodig om te rijpen. De wijngaarden uit het hoger
gelegen landschapsniveau hebben te lijden van vorst waardoor de productie
gering kan zijn. Al snel bleek dat de frisse zuurgraad van de druiven
uit de hoger gelegen wijngaarden als het ware een kopie waren van de
chardonnay uit de koele gebieden in het noorden van Frankrijk. Na veel
geëxperimenteer, kwam men er achter welk druivenras het beste
in welk landschapsniveau kon worden gecultiveerd. De belangrijkste
drie druivenrassen kunnen het beste in de middelste niveaus worden
gecultiveerd; de beste en kostbaarste chardonnay is van het hoger landschapsniveau
afkomstig.
Keramiek
De tweede doorbraak zou
in het wijnbedrijf plaatsvinden. Het doel was om
de vergiste wijn niet in contact te brengen met
stainless steel, fiberglas etc. Daartoe had men
een kuip nodig met glazen tegels om er zeker van
te zijn dat de most niet met cement of metaal in
aanraking zou komen. Hoewel Catalonië een
van de keramische hoofdsteden van de wereld is,
zou het toch een kostbare aangelegenheid worden.
Voeg daarbij, dat de wijn een jaar opgeslagen moet
zijn en de arbeidskosten van de rémuage,
het kostbare degorgement, de dure flessen en kurken
en de vraag of de Catalanen de cava zouden kopen,
en het is duidelijk, dat vanwege de enorme investering
en de risico’s, de ondernemers niet stonden
te dringen.
Eén man, Josep Raventós, eigenaar
van Codorníu, een bedrijf dat al in 1551
was opgericht en een van de oudste wijnbedrijven
buiten het sherrygebied is, kon de investering
wel doen, maar kon zich een uitglijder niet permitteren.
De beslissing bleek uiteindelijk juist te zijn.
Niet alleen Barcelona bleek de cava te willen kopen,
maar ook de rest van Spanje viel voor deze mousserende
wijn. De cava bleek perfect te passen bij de Catalaanse
en Mediterrane smaak.
In tegenstelling tot champagne, was de wijn direct voor consumptie
geschikt en net een jaar oud. Ze is fris, licht en bezit een relatief
lage zuurgraad. De prijs van de cava is redelijk en kon in Spanje worden
verkocht zonder de hoge importheffingen.
Barrières voor succes
Aan het begin van de 20ste eeuw maakte ieder wijnproducerend
land een eigen mousserende wijn. Ze wilden de wijnen
exporteren, maar ze stonden in de schaduw van het
champagnesucces. Tijdens de Phylloxera groeide
de cava-export, maar er waren drie barrières
die genomen moesten worden.
De eerste barrière betrof
de naamgeving. Iedereen dacht aan het begin van
de vorige eeuw dat mousserende wijn champagne was.
In Catalonië zette men toen opgewekt ‘Xampan’ op
het etiket (Champan is Catelaans voor champagne)
en men liet weten, dat de wijn volgens de champagnemethode
(método champañes) werd gemaakt.
Dit vond men in Reims echter ongepast en met de
oprichting van de EEG in 1957 werd bepaald, dat
alleen wijn uit de Champagne het recht van gebruik
van deze benaming kreeg.
De naam ‘cava’ is ontstaan uit de
combinatie van bodega en cava. Beide betekenen ‘kelder’,
maar een bodega heeft een bovengrondse kelder terwijl
een cava een ondergrondse kelder is. Aangezien
mousserende wijnen ondergronds het beste bewaard
kunnen worden (vanwege de stabiele lage temperatuur
waarbij de wijn op de droesem verblijft), spreken
wijnmakers wel van hun ‘bodegawijnen’,
de gewone stille wijnen en hun ‘cavawijnen’,
de mousserende wijnen. De cava werd al snel de
Spaanse champagne hetgeen de wijnmakers goed uitkwam.
In 1994 werd wereldwijd het gebruik van de term ‘méthode
champenoise’ en al de vertalingen verboden. Daarvoor in de plaats
kwam de benaming ‘método tradicional’
Detweede barrière was
een wettelijke.
In de jaren twintig van de vorige eeuw explodeerde de cavaproductie
in geheel Spanje. Men nam het vaak met de kwaliteit niet zo nauw. In
1959 vond daarom een eerste regulering plaats met de introductie van
de ‘Cava Denominacion Especifia’. De wetgeving betrof de
productiemethode en niet de controle over de gebieden waar de druiven
werden gecultiveerd. Om aan de regelgeving van de EU te kunnen voldoen
, moest men echter de wijngaarden nauwgezet in kaart brengen. Dit bleek
een groot politiek wespennest.
Catalonië eiste namelijk dat de naam cava uitsluitend voor wijnen
binnen haar grensgebied zou gelden. Enkele grote en machtige cavaproducenten
buiten Catalonië verzetten zich en konden zelfs aantonen dat zij
al mousserende wijnen maakten voordat dit in Catalonië het geval
was.
In 1986, toen Spanje lid werd van de EU vond men
een compromis, waarbij bepaald werd, dat de EU
cava als kwaliteitswijn zou accepteren onder voorwaarde,
dat de wijngaarden gedetailleerd in kaart zouden
worden gebracht en in Brussel geregistreerd zouden
worden.
Het zou een lang en pijnlijk proces worden.
Plaatsen en dorpen die al tientallen jaren cava maakten verloren het
recht, grote producenten die de besluiten aanvochten en uiteindelijk
wonnen, moesten hun wijngaarden herplanten met toegestane druivenrassen
en gedetailleerd aangeven, welke percelen zij voor de productie van
cava bestemmen.
In januari 1992 was de EU tevreden met de uitgevoerde
maatregelen en kreeg cava officieel het recht als
VQPRD (Vins de Qualité Produits dans des
Régions Délimitées= kwaliteitswijn)
te worden gelabeld. De druiven die voor cava worden
gebruikt moeten uit geregistreerde wijngaarden
komen. De wijn mag uitsluitend gemaakt zijn van
parellada, xarel-lo, macabeo (viura) subirat (malvasia
riojana) en/of chardonnay, monastrell en/of garnacha
voor de roséversie in Catalonië ook
wel rosat, rosado genoemd of rosé voor
de exportmarkt.
Er is nog steeds discussie over het percentage chardonnay voor de productie
van cava, hoewel de druif al meer dan honderd jaar wordt gecultiveerd.
De discussie hierover verloopt vooral tussen de grote producenten.
Een kwestie van stijl
De derde en laatste barrière betrof
de stijl van de cava. Enkele uitzonderingen daargelaten
(zoals in Duitsland en Italië) worden de meeste
mousserende wijnen in Frankrijk of daarbuiten met
Franse druivenvariëteiten gemaakt, waarbij
men de champagne zo goed mogelijk tracht te imiteren.
Deze strategie was echter in Spanje gedoemd te
mislukken. Cava is altijd een typisch Catelaans
product geweest en volstrekt anders van stijl.
Vroeger was de wijn behoorlijk aards van karakter
vanwege het gewicht van de xarel-lodruif. De druif
werd ook vaak te laat geoogst, waarbij overrijpheid
en oxidatie optrad. Ook parellada - die voor het
romige karakter zorgt - werd nogal eens te rijp
geoogst. De macabeodruif die voor de frisheid en
de zuurgraad zorgt , werd vaak te lang vergist,
waardoor een volstrekt neutrale wijn ontstond.
De juiste balans
De genoemde problemen konden niet in korte tijd
worden opgelost.
Grote cavaproducenten namen het voortouw, de rest volgde. Ook kwamen
de eerste boutiquewineries opzetten met enthousiaste en ambitieuze
wijnmakers. Zij lieten de druiven vroeger oogsten, besteedden speciale
aandacht aan het voorzichtig persen besteedden en de vergisting. De
raadselachtige problemen met de xarel-lo werden door vroeger oogsten
opgelost (soms zelf in de vroege ochtenduren), waarbij men ook voor
het transport van de druiven gebruik ging maken van kleine plasticbakken.
Uiteindelijk slaagde men erin, de balans te vinden tussen het voluptueuze
karakter van de parellada en de frisse, opwekkende zuurgraad van de
macabeo.
De wet
Wettelijk moet de cava negen maanden op de droesem
liggen en mag niet eerder dan na een jaar in de
handel komen. In dit geval mag men de naam ‘crianza’ gebruiken.
De meeste cava’s blijven echter veel langer
op de droesem liggen. Na achttien maanden mag men
de naam ‘reserva’ gebruiken en na dertig
maanden ‘gran reserva’. Het resultaat
van een goed gemaakte cava is een mousserende wijn
met een goede frisheid, fruitexpressie en citrusaroma’s,
gevolgd door een rijpe smaak en een plezierige
lange finale.
Het heeft veel werk en tijd gekost om de kwaliteit van de cava te verbeteren.
Eind jaren tachtig is cava op een kwaliteitsniveau gekomen, dat wereldwijd
erkenning geniet. Het enige dat cava met champagne gemeen heeft, is
de mousse.
Hoewel aanvankelijk veel wijnschrijvers en wijncritici de cava niet
positief beooordeelden, heeft men nu toch de bijzondere eigen positie
van deze Spaanse mousserende wijn erkend.
Wijnliefhebbers hebben de cava omarmd , omdat de stijl van de wijn
en het gunstige prijskaartje overtuigen.
De cavaverkopen schoten omhoog. Midden jaren negentig nam cava - na
champagne - de tweede positie op de wereldmarkt in. In 2001 veroverde
de cava de eerste positie op de wereldranglijst van mousserende wijnen.
Vandaag de dag maakt men vooral in Catalonië,
in Sant Sadurni d’Anoia cava. De volgende ‘autonomias’ mogen
echter ook cava maken: Aragón (provincie
Zaragoza), Navarra, La Rioja, Pais Vasco (provincie Álava),
Valencia (provincie Valencia), Extremadura (provincie
Badajoz) en Oud-Castillië (provincie Burgos).
In sommige gevallen voorzien speciale regels erin,
dat slechts bepaalde met name genoemde bedrijven
zich met de cavaproductie mogen bezighouden.
In de meeste gevallen gebruikt men voor 100% macabeodruiven.
De wet schrijft voor dat op de kurk van cava het symbool, de vierpuntige
ster en het woord Cava staan.
Website: http://www.crcava.es/
Geraadpleegd: The New Spain New Edition
John Radford ISBN II 84000 928 4
Copyright by : Wijnplein.nl | Jan Rook | | 12 bezoekers op de site