De meeste cava wordt gemaakt
in Penedés,
een gebied, dat ligt in het noordoosten van Spanje
tussen de bergen en de
zee. De druiven voor de cava worden overal aangeplant,
vanaf heel laag
bij de zee en in de dalen van de rivieren Anoia,
Foix en Gaia tot in de hogere gedeelten van Alta-Penedés.
Toen ik aan de reis begon dacht ik eigenlijk wel
zowat alles over cava te weten, maar toch was het
weer verrassend, dat er zoveel grote verschillen
zijn.
De diversiteit komt vooral van de verschillende
druivenrassen, de xarel-lo, parellada en macabeu,
soms aangevuld met chardonnay. De rosé-cava’s
waren in elke bodega anders: soms wordt de cava
alleen maar van trepat gemaakt wordt , soms van
garnacha en monastrell in combinatie met wat pinot-noir,
of van alleen van pinot-noir.
Ze weten er niet goed raad mee omdat rosé-cava
een tamelijk nieuwe mode is en vaak vragen ze of
de kleur ons wel aanstaat en of ze die misschien
moeten aanpassen.
De mening van de wijnboeren is ook nogal verdeeld.
Er zijn er die zweren bij de rassen chardonnay
en pinot noir (waarschijnlijk ingegeven dor het
succes van champagne) en weer een andere groep
is er pertinent tegen, omdat ze geen andere ‘champagne’ willen
maken, maar cava. Dat kan alleen maar met de eigen
druivenrassen.
Penedés was vroeger helemaal bedekt met
water van de zee. We vinden er daarom veel kalkbodem,
vooral dicht bij de zee, in het gedeelte van Garraf.
De bodem lijkt iets op dat van de Elzas en iedere
grondsoort heeft een bepaalde voorkeur voor één
van de druivenrassen.
Het Garraf-gedeelte is behoorlijk steil, moeilijk
te bereiken en te bewerken. Hier is het vooral
de macabeu die verbouwd wordt.
In het middengedeelte, dicht bij de berg Montserrat,
wordt de meeste xarel-lo gecultiveerd. Parellada
vinden we iets meer naar het binnenland, een hoog
gedeelte met veel rotsen in een continentaal klimaat,
waar de verschillen in dag – en nachttemperatuur
groot.
Om een idee te krijgen van wat de druivenvariëteiten
bijdragen an de blend, vertelde men dat xarel-lo
de man was, parellada de vrouw, en macabeu het
meest neutraal is. Xarel-lo geeft vooral het aroma’s
van venkel dat we wel eens ruiken in een cava.
Logisch is, dat de basiswijn het allerbelangrijkste
is .In de meeste bodega’s is alles aanwezig,
zoals kennis en apparatuur, maar de basiswijn bepaalt
de kwaliteit van de cava. Belangrijk is dat de
druivenstokken minimaal 30 jaar oud zijn om kwaliteit
te leveren. De plant is als een magazijn. Het haalt
veel uit de bodem omdat de stokken hier 10-12 meter
diep gaan.
Een cava wordt zeker beter als de wijn een lange
crianza krijgt. De primaire aroma´s van de
druif evolueren, en er is meer integratie van koolzuur
in de wijn. Het bouquet van de cava komt van de
lagering op de lie (droesem) met de zo kenmerkende
aroma’s van toast, brioche, vanille en gebak.
Men geeft veel geld uit aan communicatie over
cava, zeker in Spanje zelf. Het is een schitterend
aperitief en de cava’s worden steeds meer
droog gevinifieerd. Toch is het een gewoonte in
Spanje om de cava bij het dessert te drinken. Bij
die gelegenheid is de keuze voor een demi-seco
het beste. Algemeen worden de drogere cava’s
gezien als de beste. Iemand die een droge cava
bij het dessert krijgt aangeboden, zal niet erg
gecharmeerd zijn van deze mousserende wijn. Deze
typisch Spaanse gewoonte willen ze veranderen waarbij
de droge versies gepromoot worden als begeleiding
van de maaltijd. Cava is een mooi product en niet
alleen maar een "brindis"-wijn, maar
zeker gezien de schappelijke prijs, een wijn die
vaker op tafel zou kunnen komen.