Een verwoeste kookplaat, een brandalarm op mijn kamer,
een rekening voor de schade van 150 dollar, een korting
als 65 –plusser en een prachtig eiland waar
mooie wijnen worden gemaakt.
Pluk de dag! Op deze zondagochtend stond ik al vroeg
op en zette water op in de goed geoutilleerde keuken
van mijn luxe hotelkamer voor een kopje thee. Omdat
het water niet warm werd, zette ik hem op de (elektrische)
kookplaat. Dat had ik dus beter niet kunnen doen.
Terwijl ik rustig met mijn notebook zat te werken,
ontwikkelde zich achter mij een enorme rookwolk.
Als een haas haalde ik de ketel van de plaat en opende
snel de ramen. Te laat! Het brandalarm op mijn kamer
ging af. Belde snel naar de receptie om te vertellen
wat er was gebeurd. Men drukte mij op het hart de
deur naar de gang niet te openen, omdat dan het brandalarm
van het hele hotel zou afgaan. Wat een toestand! Het
is NIET waar: ‘waar rook is, is GEEN vuur. Uiteindelijk
kreeg ik bij het uitchecken de rekening gepresenteerd:
150 Nieuw-Zeelandse dollars (75 euro). Afin de taxi
bracht me naar de ferry voor transport naar het eiland
Waiheke. De vriendelijke jonge vrouw achter de kaartjes
vroeg of ik ‘Senior’ was (…). Hoe
bedoel U? Lokettiste: “Senior = 65 +”
(het incident in mijn hotelkamer heeft kennelijk diepe
sporen achtergelaten en mij jaren ouder gemaakt).
Als rechtgeaarde, zuinige (grijze) Hollander rook
ik een voordeel en repliceerde: “Do I have enough
grey hair?”. Daarop kreeg ik mijn ‘senior
ticket’ en spaarde de New Zealand Winegrowers
Association daarmee een aantal dollars uit. Wat een
begin van deze zonnige en warme dag!
Waiheke
De ferry doet er een kleine driekwart uur over. Het
eiland deed mij bij aankomst denken aan de Caribean.
Een doedelzakspeler stond op de heuvel bij de haveningang
te spelen (ik bedenk het niet). Op de kade zou de
bekendste en meest gereputeerde wijnmaker van het
eiland, Stephen White mij op komen halen. In de drukte
geen ‘corporate cab’ of een chauffeur
met een bordje ‘Senior Rook’. Gelukkig
stond ik daar niet lang. Een enorme jeep met een gebruinde
chauffeur die Stephen White bleek te zijn en twee
oogstrelende jonge blondines. Hij had met deze schoonheden
wat gekanood in een plaatselijke baai (…) en
was daarom enigszins verlaat.
Zo’n jeep is op ruw terrein heel handig, maar
als je er met zijn vieren inzit en er moet ook nog
een grote koffer en andere bagage erbij, dan wordt
het improviseren. Uiteindelijk kwamen op het landgoed
terecht waarop Stephen zijn wijnen maakt en zijn restaurant
heeft.
Stonyridge
Stonyridge maakt een van de duurste wijnen van Nieuw-Zeeland.
Het is de ‘Larose’, een bordeauxblend
en absolute topper. Volgens wijnschrijver Michael
Cooper samen met de Cabernet Sauvignon van Goldwater
en Te Mata de ‘Super Classics’ van Nieuw-Zeeland.
De naam Stonyridge is ontleend aan de rotsachtige
heuvel waar je tegenaan kijkt als je op het terras
van het restaurant zit. White is een ervaren viticulturist
(wijngaardenier). Ervaring heeft hij o.a. opgedaan
in Bordeaux. Hij plantte zijn eerste wijnstokken in
1982. Zoals hij zegt: zonder een cent op zak, beginnen
van`scratch’. In die dikke 10 jaar heeft hij
een gereputeerd bedrijf neergezet en, en passant puissant
rijk geworden, omdat de prijs van de grond die hij
uiteindelijk kocht, vele malen duurder is geworden.
White werk hier op dit eiland organisch, dus geen
insecticiden, herbiciden en fungiciden (volgens kwade
tongen op dit eiland onmogelijk). De wijze waarop
hij zijn wijngaarden bewerkt is een voorbeeld voor
wijnproducenten op dit eiland.
Gesprek
Gezeten aan een van de restauranttafels, verdeelt
Stephen White zijn aandacht over de twee blondines,
de binnenkomende gasten, het personeel en uw reporter.
Lastig communiceren dus. 'We kunnen misschien beter
gaan kanoen', dacht ik nog (…). Hoewel de reputatie
van deze vermogende vakman in veel vakbladen is beschreven,
laat hij trots de wijnatlas van James Halliday zien,waarin
Larose, de Mouton-Rothschild van het zuidelijk halfrond
wordt bestempeld. Van de Flagship-wijn produceert
White slechts enkele honderden kisten per jaar. Hij
weet de allocatie van de Belgische importeur Monard
uit zijn hoofd: 15 kisten per jaar.
De gewilde topwijn kan men ‘en primeur’
kopen. Larose is weliswaar duur, maar het bedrijf
van White verdient het meeste geld aan de wijn onder
het label Airfield 2000 (2e wijn van Larose) en de
Row 10, een goede Chardonnay die op het eiland wordt
geproduceerd. Dit laatste moet er bij gezegd worden,
omdat Stonyridge inmiddels ook in andere wijngebieden,
zoals Hawke’s Bay en Marlborough wijngaarden
bezit en wijn maakt. De marketingstrategie is duidelijk.
Het vlaggenschip Larose als ‘Ultra premium’,
gevolgd door de premiumwijnen Airfield en Row 10 met
daar achter de 'moneymakers' die veelal niet van het
eiland afkomstig zijn. De eerste wijn die ik te proeven
kreeg, was zo’n wijn uit een ander gebied. Een
Chardonnay uit Hawke’s Bay met een bepaald ruwe
houtsmaak veroorzaakt door houtchips. Leuk in het
restaurant, maar geen sterke start als je een wijnjournalist
aan tafel zit. De Sauvignon Blanc 2002 uit Marlborough
is wel goed. De Row Chardonnay 2002 - van het eiland
dus – heeft een complexe neus en het houtgebruik
is in dit geval wel goed.
Larose 2002
“Fasten your seatbelts.” De mooiste glazen
van het restaurant, type aquarium op hoge steel, luiden
de superwijn van White in. De kleurdiepte is behoorlijk
maar niet echt inktachtig. Behoorlijk paars, mooie
neus, complexiteit met een zekere kruidigheid. Stevige
aanzet fors gestructureerd, maar met mooie tannines.
Enorm concentraat, lange afdronk. Duidelijk een wijn
die zich nu al goed presenteert, maar zich over enkele
jaren zal openen. Absoluut een topper. Op het etiket
staan de druivenrassen van deze blend precies met
percentages aangegeven. Nou ja, precies? Bij wijze
van grap
is de som van de toegepaste druivenrassen namelijk
ieder jaar 101%. Dit levert soms vreemde reacties
op. De ene klant probeert White voorzichtig te informeren
dat er een fout is gemaakt. De ander (een Amerikaan),
dreigde hem voor de rechter te slepen, omdat hij onjuist
was geïnformeerd.
In een van de vele interviews merkt Stephen White
op, dat hij ondanks zijn leeftijd (wil dit niet prijsgeven
in aanwezigheid van de blondines, maar is midden veertig)
de marathon in een verdienstelijke tijd loopt. Het
bewijs dat zijn wijnen kracht en (letterlijk in Harpers)
libido geven. Dat heb je bij kanoen natuurlijk wel
nodig (…).