In de voorbereiding op het interview met de president
van de New Zealand Screwcap Inititative, Michael Brajkovich
MW, bestudeerde Flying Wine Writer Jan Rook de laatste
ontwikkelingen op het gebied van afsluitingen.
De Australische Master of Wine Michael Hill Smith
begon twee jaar geleden zijn voordracht in Nederland
met de woorden: “If you were a condom producer,
would you accept a failure of 6%?” Daarmee sloeg
hij in het debat over kurk of schroefdop de spijker
op zijn kop.
In de voorbereiding op het interview vrijdagmiddag
in Auckland (Nieuw-Zeeland) heb ik me verdiept in
de laatste ontwikkelingen op het gebied van afsluitingen.
Het Engelse vakblad Harpers (December 2005) kwam in
december met een supplement over ‘Closures’
waarin de materie over afsluitingen uitgebreid behandeld
wordt.
Het Harpers Supplement geeft een overzicht van de
stand van zaken m.b.t. afsluitingen, laat de kurkindustrie
aan het woord en hun inspanningen om de TCA-besmetting
(trichlooranisol verantwoordelijk voor de infectie
en de kurksmaak) zo goed mogelijk te vermijden, de
opkomst van synthetische kurken en de revolutionaire
opkomst van Diam, een nieuw product van Oeneo (voormalig
Sabaté). In een technisch, wetenschappelijk
artikel van Paul White wordt de tekortkomingen
van
de schroefdop en de zwakke argumenten van de voorstanders
onder vuur genomen.
Uit het overzicht en het technische artikel over
de schroefdop heb ik de volgende samenvatting gedistilleerd.
Eindredacteur Christian Davis vindt dat de Australische
en Nieuw-Zeelandse wijnindustrie de pioniers zijn
van de ontwikkelingen op het gebied van afsluitingen.
Hij bezocht het eerste World Screwcap Symposium
in
Blenheim (Marlborough) en verbaasde zich erover,
dat de sprekers altijd de juiste antwoorden paraat
hadden.
Met zijn opmerking: “Nothing is ever that straightforward
in Life!” geeft hij al aan, dat de materie
een stuk lastiger is en er geen kant-en-klare oplossingen
met bijvoorbeeld de schroefdop voorhanden zijn.
De manier waarop men in Nieuw-Zeeland de schroefdop
heeft omarmd is opmerkelijk.
Het debat over kurk versus schroefdop is al een hele
tijd aan de gang. Het was ronduit anekdotisch, dat
verschillende bedrijven oplossingen aandroegen, zonder
daarbij een gedegen onderzoek te verrichten. Gelukkig
is de situatie nu veranderd en de opkomst van de schroefdop
lijkt niet meer te stoppen.
Van verpakking tot instrument
Het is nu wel duidelijk dat de keuze van de afsluiting
van een wijnfles niet alleen een zaak van verpakking,
maar ook een belangrijke beslissing van de wijnmaker
is.
Met name de vraag: hoe behandel je een wijn voor het
bottelen en de keuze voor de afsluiting, bepaalt in
hoge mate hoe de wijn door de consument zal worden
ervaren.
Wijnen met verschillende afsluitingen zullen ook verschillend
smaken.
Een bekende wijntechnoloog heeft ooit eens gekscherend
opgemerkt, dat in termen van bijdrage aan de smaak
van de wijn, de keuze van de afsluiting belangrijker
is dan terroir…
Er is consensus dat de keuze van de afsluiting een
ander belangrijk aspect is van het wijnmaken dat van
invloed op de wijn is na het bottelen.
De wijnchemie na het bottelen is opeens heel belangrijk
geworden.
Van anekdotisch naar wetenschappelijk
Het debat over afsluitingen heeft zich in de laatste
jaren ontwikkeld van anekdotische rapporten naar discussies
met argumenten die gebaseerd zijn op solide onderzoekgegevens.
Anekdotisch zijn de waarnemingen die je tijdens proeverijen
doet en waarin in een langer tijdbestek foute wijnen
tegen komt en de indruk bestaat, dat nogal wat schroefdopwijnen
reductie vertonen. Uw mening is gebaseerd op losse,
onsamenhangende gegevens, hoewel u zelf meent dat
die conclusie gerechtvaardigd is. Het is eigenlijk
een anekdotische waarneming. Verzamel je echter systematisch
gegevens, dan zijn die gegevens betrouwbaarder.
Een
juiste statische bewerking van gegevens staat aan
de basis van een wetenschappelijke benadering. Daarmee
is niet gezegd, dat het anekdotische rapport volledig
zinloos is. Een andere factor van betekenis voor
de
ontwikkeling van nieuwe afsluitingen is, dat ze een
alternatiefvoor kurkafsluitingen vormen.
De auteur van het artikel (Jamie Goode) merkt daarbij
op , dat hij noch voorstander van kurk noch voorstander
van de schroefdop is. Waar het om gaat, is de wijn
in een optimale conditie naar de consument te brengen.
Wat willen we van een afsluiting?
Hoe moet een ideale afsluiting eruit zien in termen
van prestaties?
Hier komt nu het concept van zuurstoftransmissie om
de hoek kijken.
Moet de afsluiting volledig hermetisch zijn, waardoor
er geen enkele vorm van zuurstofuitwisseling plaats
kan vinden? Zou een glazen ampul de beste oplossing
zijn? Of willen we juist wel dat er zuurstoftransmissie
kan plaatsvinden? Als deze laatste vraag positief
beantwoordt kan worden: in welke mate moet die zuurstofuitwisseling
dan plaatsvinden?
2 processen
Er zijn twee manieren waarop een afsluiting zuurstof
kan doorlaten.
De eerste is wat de auteur noemt ‘permeation’ (doordringen),
een veel misbruikte naam die refereert aan een proces,
waarbij door druk een stroom van moleculen aan een
oppervlakte op gang komt. In wijnflessen wordt dit
veroorzaakt door een drukverschil tussen de omgeving
en de lucht boven het wijnoppervlak. De hoeveelheid
wordt bepaald door de grote van het drukverschil,
de viscositeit en de weerstand van de afsluiting.
Dit proces ontstaat niet in isothermale condities,
hetgeen verklaart, dat een constante keldertemperatuur
goed is om wijn te bewaren.
Het tweede proces van zuurstofuitwisseling is diffusie
en werkt heel anders. Deze hangt namelijk af van
het
verschil in zuurstofconcentratie en kan optreden
bij een drukverschil. Er zijn geen wetenschappelijke
gegevens beschikbaar van de diffusie van zuurstof
door wijnafsluitingen.
Wijnwetenschapper Roger Boulton (UC Davis) heeft
duidelijk gemaakt, dat ´permeability´ en
'diffusie' zeer verschillend van aard zijn. Toch
worden ze door
elkaar gebruikt, hoewel het juist belangrijk is ze
separaat te gebruiken.
Kurk als afsluiting
Sinds het eerste gebruik van kurk als wijnafsluiting
in de 17e eeuw, heeft kurk als generieke afsluiting
een goede functie vervuld. De functie is echter minder
geworden.
Het hoofdprobleem is de infectie die door een aantal
moleculen, voornamelijk Trichloranisole TCA worden
veroorzaakt. Hoe gangbaar is de kurkbesmetting?
De gegevens hierover komen van AWRI (Australian Wine
Research Institute) en AWAC (Advanced Wine Assesment
Course). Het is en intensieve vierdaagse cursus voor
potentiële wijnjuryleden. Tijdens de cursus worden
een groot aantal flessen vanuit de hele wereld geopend.
Tijdens de rigoureuze wetenschappelijke aanpak kunnen
de beste beoordelingen van het effect van TCA in met
kurk afgesloten wijnflessen worden gepresenteerd.
Van de drie cursussen in 2003 werden 1.625 flessen
die van een kurk waren voorzien beoordeeld. Daarvan
vertoonde 6,46 % een TCA-infectie. Met 99% zekerheid
kan worden gesteld, dat de kurkinfectie tussen 5 en
8,2 % ligt.
Een andere interessante vaststelling is, dat Australische
wijnen niet meer kurkinfectie vertoonden dan Franse
wijnen en dat kurkinfectie bij witte wijnen hoger
is dan bij rode wijnen. Een lichte infectie bij
witte
wijnen wordt sneller opgemerkt dan bij rode wijnen.
Een andere belangrijke bron van de invloed van kurkinfectie
op wijnen is de International Wine Challenge in Londen
waar een grote hoeveelheid wijnen door ervaren en
professionele proevers worden beoordeeld.
In 2001 beoordeelde met 6% als TCA geïnfecteerd.
In 2002 was dat 4,6%. In 2003 hadden van de 11.033
flessen wijn 4,9% een kurkinfectie.
TCA en kurk
TCA zit in de bast van de boom in de natuur en het
ligt voor de hand dat een besmetting met TCA haast
onvermijdelijk is. Een aantal kurkproducenten heeft
serieuze maatregelen genomen om besmetting van de
kurk te vermijden of te verwijderen. Er zijn nieuwe
behandelingen ingevoerd en kwaliteitscontrole heeft
meer aandacht gekregen.
Het moet gezegd worden, dat kurkproducenten zoals
Amorim en Oeneo (voorheen Sabaté) het probleem
serieus hebben aangepakt, hetgeen van andere kleinere
producenten niet te zeggen valt. Omdat kurk over het
algemeen niet als merknaam in de handel gaat, kan
de consument niet bepalen welke goed en welke slecht
is. Er is geen mogelijkheid om de producent te achterhalen.
Een ander probleem is, dat kurk een natuurproduct
is en standaardisatie dientengevolge ook niet mogelijk
is. De transmissiefactor is dus ook variabel. Dit
werpt ook de vraag op, of een kurk vrij van TCA,
de oplossing van het probleem is, omdat we met de
uitdaging
van die variabele prestaties te maken hebben.
Er zijn critici die stellen dat kurken wel een duizendvoudige
variatie in zuurstoftransmissie vertonen. Deze uitkomst
zou gemeten zijn met behulp van een ´MOCON-machine´
van droge kurken in een fles. Andere onderzoekers
betwisten dit, waarbij ze opmerken dat natte kurken
in een fles een geheel ander resultaat geeft.
Twee typen wijn
Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen
twee typen wijn.
Aan de ene kant wijnen die voor vroege consumptie
gemaakt zijn (het grootste gedeelte van de hedendaagse
wijnproductie) en aan de andere kant, kwaliteitswijnen
die bedoeld zijn om op te leggen.
De verwachting bij deze laatste groep is dat door
het ouderen op fles beter zal worden. In andere gevallen,
worden de wijnen gemaakt niet om beter te worden,
maar om gedurende een aantal jaren te kunnen worden
bewaard.
Twee vragen: wat willen we van een afsluiting om
er zeker van te zijn dat goede wijnen goed bewaard
kunnen
worden? En, wat is de ideale afsluiting voor een
wijn die jong gedronken dient te worden?
Kijken we wat verder, dan blijkt dat rode en witte
wijnen verschillend op zuurstof reageren.
Met het hoge gehalte aan fenolen, kan een rode wijn
meer zuurstof opnemen dan witte wijnen zonder een
oxidatief karakter te hebben.
Rode wijnen blijken wat meer zuurstof tijdens de vinificatie
te moeten opnemen, om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.
Witte wijnen die tijdens de productie zo min mogelijk
met zuurstof in aanraking komen, zijn fragieler dan
witte wijnen die tijdens de vinificatie met zuurstof
in contact zijn gekomen zoals bijvoorbeeld vergisting
op hout. Dit gevoegd bij het effect van vrije zwaveldioxide
en de Ph van een wijn, dan is het logisch dat verschillende
wijnen ook om verschillende afsluitingen vragen. Het
is opmerkelijk, dat kurk in dit licht gezien zo lang
als generieke afsluiting heeft gefunctioneerd.
Hermetisch afsluiten?
Willen we een hermetische afsluiting?
Al het vorige is eigenlijk niet meer relevant als
de ideale afsluiting de fles hermetisch afsluit
en er geen transmissie van zuurstof plaats vindt.
Het voorgaande geeft aan, dat enige zuurstofuitwisseling
wenselijk is en ook een rol speelt in de ontwikkeling
van de wijn en het ouderingsproces.
Dit punt neemt in de discussie over afsluitingen een
belangrijke plaats in.
Bewijzen tonen nu aan, dat een beperkte zuurstoftransmissie
inderdaad een goede zaak is en het creëren van
het juiste toegangsniveau van zuurstof bij de juiste
wijn, een wijnmakersinstrument is.
Tot voor kort gingen veel wijnprofessionals ervan
uit, dat het ouderen van wijn een reductief proces
is dat vanwege het gebrek aan zuurstof optreedt. Dus
een ideale afsluiting is de afsluiting die het sterkst
is.De resultaten van een onderzoek tonen dat dit inderdaad
het geval is, maar wetenschappers hebben echter kritiek
op de interpretatie van de gegevens.
Een zeven jaar oude wijn (1996 Penfolds Bin 389) met
kurk was niet verschillend van dezelfde wijn met schroefdop
met die uitzondering, dat de schroefdop wijn duidelijk
reductie kenmerken vertoonde en de wijn met een synthetische
kurk geoxideerd bleek te zijn. De wijn met een glazen
afsluiting bleek de typische rubbertonen te hebben
die op reductie wijzen.
Stand van zaken
De huidige stand van zaken is dat zuurstofuitwisseling
noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de wijn.
De precieze hoeveelheid is afhankelijk van het karakter
van de wijn.
Verschillende wijnstijlen hebben verschillende niveau´s
van zuurstof nodig. De keuze van een afsluiting is
daarom een belangrijke beslissing van de wijnmaker.
Hier raken we de kern van de zaak: we hebben te weinig
informatie over de fysieke eigenschappen van de meeste
afsluitingen.
Het beste wat we nu kunnen doen, om gegevens te verzamelen
om een idee te krijgen hoe de afsluitingen in de praktijk
presteren.
Uit een studie van AWRI uit 1999, met gegevens over
zuurstofuitwisseling en sensorische analyses en metingen
van vrije zwaveldioxideniveaus´s van 14 verschillende
afsluitingen (9 synthetische, 1 metaalschroefdop,
2 natuurlijke kurkafsluitingen, 2 technische kurkoplossingen
Amorim Twin Top en Altec van Oeneo) lieten zien dat
de synthetische kurken de meeste zuurstofuitwisseling
hadden. De twee kurken hadden variabele uitwisselingen,
maar presteerden beter dan de synthetische afsluitingen.
Twin Top en Altec waren vrij constant, maar alle kurkproducten
lieten iets van TCA zien. De schroefdop was de strakste
afsluiting, maar had een reductieprobleem.
Belangrijke constatering na 63 maanden, is dat wijnen
met verschillende afsluitingen in het begin verschillend
lijken en de verschillen lopen op naarmate er meer
uitwisseling van zuurstof plaatsvindt, die afgeleid
kan worden uit de achtergebleven niveau´s van
vrije zwaveldioxide.
Het onderzoek ken beperkingen. Er waren uitsluitend
witte wijnen. Tweede beperking: de wijnen waren onder
ideale omstandigheden bewaard, waardoor het proces
van ´closure permeation´ niet plaatsvond
en dus wel de moleculaire diffusie.
Tot slot
Het is duidelijk, dat er meer onderzoekingen met
afsluitingen verricht moeten worden om de prestaties
van de afsluitingen in beeld te krijgen en te zien
hoe de stijl van de wijn door de afsluiting beïnvloed
wordt. We hebben ook meer onderzoeksresultaten nodig
die de verhouding tussen de zuurstoftransmissie en
de invloed op de stijl van de wijn laten zien.
Het zal in de toekomst gebruikelijk worden dat de
hoeveelheid zuurstoftransmissie wordt gebruikt als
een instrument voor de wijnmaker. De juiste afsluiting
voor de juiste wijn staat echter nog in de kinderschoenen.