Het is koud in de straten van Beaune. Bitterkoud.
De thermometer wijst min drie, maar de gevoelstemperatuur
ligt vele graden lager. Hondenweer. Of beter nog:
sledehondenweer. De winter woedt genadeloos, hier
in de Bourgogne.
Een gure wind giert langs de gevels en de ijsbloemen
staan op de ramen. Twintig kilometer verderop zijn
er dorpen ingesneeuwd en afgesloten van de buitenwereld.
Schoolbussen rijden al dagen niet meer. Geen weer
dus, om je zonder speciale beschermingsmaatregelen
buiten te wagen.
Schijn bedriegt
Maar schijn bedriegt. Aan de rand van de stad klinkt
muziek en over de Avenue de la République komt
een dunne sliert van mensen naderbij. Een surrealistisch
beeld, dat nog het meest doet denken aan een colonne
kaasdragers
op vakexcursie. Omgeven door strak wapperende vaandels
lopen er steeds twee achter elkaar, met op de gebogen
schouders steeds een baar met een kleine menselijke
gedaante. Als ze dichterbij komen herken ik er een
paar. Het zijn de wijnbouwers van de Bourgogne. Stoere
mannen en vrouwen, met rijp in hun snor en ogen die
tranen van de snijdende wind. Met vaste tred schrijden
zij voorwaarts, zich bewust van hun rol op de belangrijkste
dag van het jaar. Ieder tweetal draagt een beeld van
Saint-Vincent, de beschermheilige van de wijnbouwers.
Een bordje op de leggers vermeldt het dorp van herkomst.
Beaune, Vougeot, Gevrey-Chambertin, Vosne-Romanée
en andere iconen dobberen de toeschouwers op ooghoogte
voorbij. Meer dan 80 Vincentiussen passeren er; verschillend
van vorm, maar allen met respect behandeld.
Inmiddels is er een flauw winterzonnetje doorgekomen
en zijn de trottoirs gevuld met vrolijk zwaaiende
vrienden en bekenden. Maar deze processie is een aangelegenheid
die grote concentratie vraagt, dus terugwuiven is
er
vandaag niet bij. Onaangedaan vervolgt de stoet zijn
tocht, richting de basiliek Notre-Dame. Plechtig dragen
de dorpelingen hun heiligen richting het altaar waar
monseigneur Minnerath, aartsbisschop van Dijon, zo
dadelijk de mis zal opdragen, ondersteund door 26
regionale priesters.
Camille Giroud revisited
Een half etmaal geleden verlieten wij de gebouwen
van het huis Camille Giroud, waar commercieel directeur
Stéphane Kat onze gids was bij een unieke proeverij.
Geïntrigeerd door de discussie in de vaderlandse
wijnpers over de nieuwe stijl van het huis Giroud,
hadden wij belet gevraagd in de Rue Pierre-Joigneaux
om proefondervindelijk vast te stellen waar de waarheid
lag in het debat over de ziel van de wijn en de herkenbaarheid
van het terroir.
Het verhaal is inmiddels genoegzaam bekend. Na 137
jaar zelfstandigheid werd het befaamde handelshuis
in 2001 verkocht aan een consortium van Amerikaanse
investeerders. Er werd een managing director aangesteld
in de persoon van de Frans/Amerikaanse Becky Wasserman,
en een nieuwe wijnmaker in die van de jonge David
Croix, afkomstig uit de Loire. Relatieve nieuwkomers
dus, maar wel met een behoorlijke ervaring. Becky
was al sinds 1968 als handelaar werkzaam in de regio
en David had ervaring opgedaan op verschillende wijngoederen,
waaronder het befaamde Clos des Epeneaux. De traditionele
aanpak waarbij wijnen gemiddeld drie jaar rijpten
op oude houten vaten en na botteling nog vele jaren
in de kelder bleven liggen voordat zij op dronk kwamen
en verkocht werden, werd ingeruild voor een meer moderne
stijl, die beoogt de wijnen eerder toegankelijk te
maken. (zie hiervoor ook www.wijnplein.nl/wineprofessional2005_giroud.php)
Stéphane Kat
Stéphane Kat heeft zijn sporen verdiend in
de Franse wijnwereld. Nadat hij in 1972 voor het eerst
in Bordeaux terecht kwam, zwierf hij door bijna alle
wijnstreken voordat hij zich in 1977 definitief vestigde
in de Bourgogne. Vijftien jaar later trad hij in dienst
van Camille Giroud, het huis waaraan hij zijn ziel
verbonden heeft. Als geen ander kent
hij de ins en outs van het bedrijf en kan hij de overgang
van ‘oude’ naar ‘nieuwe’ stijl
duiden. Hoezeer hij ook vergroeid was met de traditionele
werkwijze, toch realiseerde hij zich al eerder de
noodzaak van een nieuwe werkwijze. “De moderne
consument heeft niet genoeg tijd, geduld en voorraad
meer om een wijn jarenlang te kunnen volgen. Die schaft
niet meer, zoals vroeger, een heel fust aan maar koopt
drie of zes flessen die hij meteen wil drinken. En
een keldervoorraad van 350.000 flessen bij een omzet
van minder dan een miljoen euro is voor een bedrijf
in economisch opzicht niet meer verantwoord.”
Kat voelde zelf al langer aan dat in ieder geval de
eenvoudigere appellaties anders gevinifieerd moesten
worden, maar vond bij zijn toenmalige bazen geen gehoor.
François Giroud wilde nog wel meedenken, maar
zijn oudere broer Bernard en hun beider moeder hebben
werkten de nieuwe ontwikkelingen fel tegen. Na de
overname door het Amerikaanse consortium heeft François
nog een tijdlang in loondienst doorgewerkt maar middenin
de oogst 2001 stapte ook hij uit het familiebedrijf.
Tegenwoordig bewoont hij zijn grote huis alleen, en
in kommervolle omstandigheden.
Onder invloed van de nieuwe investeerders is het bedrijf
flink opgeschud en wordt er hard gewerkt om het te
moderniseren. De kelders worden gerenoveerd, het oude
hout is afgevoerd en nieuwe technieken, zoals het
koelen van de aangevoerde druiven, hebben op beperkte
schaal hun intrede gedaan. Ook in personele zin zijn
de gevolgen merkbaar. Er is een nieuwe leiding gekomen
en van de dertien employés zijn er nog vijf
over. Vast rots in de branding, brug tussen oud en
nieuw, is commercieel directeur Stéphane Kat,
die overigens prima kan samenwerken met technisch
directeur David Croix. De komst van de nieuwe wijnmaker
heeft hem nieuwe impulsen gegeven. Samen gaan ze er
nu op uit om overal in de Bourgogne te proeven en
vergelijken. Een praktijk die onder de broers Giroud
ongekend was. Dat geldt trouwens ook voor de eigen
kelder; waar vroeger de wijn min of meer aan zijn
lot werd overgelaten, wordt nu elke cuve driemaal
daags geproefd door het voltallige personeel.
Eigen bezittingen
Van oorsprong is Camille Giroud een handelshuis,
een ‘maison de négoce’. Maar volgens
Kat hebben zulke ondernemingen geen toekomst meer.
“Het is een algemene tendens in de Bourgogne
om weer zelf te gaan boeren.” Een ontwikkeling
die past in het streven naar kwaliteit waar ook Giroud
al langer mee bezig is. Al in 1993 werd een klein
stukje wijngaard in de buurt van Beaune aangekocht,
‘Les Cras’, in de jaren daarop gevolgd
door andere aankopen, waaronder ‘Aux Crétots’
en ‘Les Avaux’. Gedurfde investeringen,
want de grondprijs in de Bourgogne blijft nog steeds
stijgen. Maar passend bij de filosofie van het bedrijf,
die gebaseerd is op hoge kwaliteitseisen. Daarbij
hoort ook dat de contracten met de aanleverende wijnbouwers
zijn herzien, en er een beter toezicht plaatsvindt
dan voorheen. Logisch, want voor Stéphane Kat
begint alles in de wijngaard. “Als je iets moois
wilt maken, moet je beginnen met de grond.”
Helaas is dit besef nog niet tot iedereen doordrongen.
“Vooral in de Côte de Nuits mankeert nog
de urgentie en kiezen rijke en gemakzuchtige herenboeren
voor de makkelijke weg. In plaats van de grond zorgvuldig
te bewerken nemen zij hun toevlucht tot helikopterladingen
bestrijdingsmiddelen en kilo’s kunstmest. Een
maand geleden stonden er nog honderden grote, witte
zakken langs de route nationale 74 ...” Giroud
moet van zulke praktijken niets hebben en sluit steeds
vaker overeenkomsten met boeren die 100% biodynamisch
werken. Ook de eigen wijngaarden worden met respect
voor de natuur gewerkt en binnenkort is er in dit
opzicht een spectaculaire nieuwe aankoop te verwachten.
Gerenoveerde kelders
Alsof
hij onze gedachten geraden heeft, stelt Stéphane
voor om de proef op de som te nemen met de oogst 2003,
die nog ligt te rijpen in de kelder. Maar voordat
wij de ontvangstruimte verlaten stalt hij nog een
aantal ongeëtiketteerde wijnen uit op het buffet,
alleen door hemzelf identificeerbaar aan het nummer
op de buitenzijde. Langdurig peinst hij over de volgorde,
net zolang totdat hij deze geschikt acht voor het
vervolg op onze eerste keldersessie.
Onze weg voert eerst door de vinificatiekelders met
houten cuves uit de jaren 95-97. Alle maten zijn vertegenwoordigd,
van ‘yoghurtpotjes’ tot vaten van 47 hectoliter.
Tegen de wand staat de gedemonteerde houten pers van
rond 1920 die voor de nieuwe oogst weer tijdig in
elkaar zal worden gezet, want ook David Croix is overtuigd
van de waarde van het beproefde apparaat. Proefnemingen
met een pneumatische pers van Vaslin-Bucher, “de
Rolls-Royce onder de wijnpersen”, konden niet
aantonen dat de kwaliteit van de wijn toenam. Integendeel,
een blindproeverij door regionale deskundigen leverde
een vrijwel unanieme voorkeur op voor het product
van het oude houten werkpaard dat weliswaar veel langzamer
is – een persing duurt soms wel zo’n 12
uur in plaats van de 2½ uur die het eigentijdse
instrument nodig heeft – maar ook meer kwaliteit
oplevert. Overigens worden de druiven in tegenstelling
tot voorheen nu wel 100% ontsteeld en het spreekt
vanzelf dat ook het lukraak teruggooien van de pitten
en de schillen in de vaten, in tegenstelling tot vroeger,
nu volledig uit den boze is.
Onder de uitspraak “In de nieuwe kelder wordt
niet meer gespuugd” loopt Stéphane nog
even terug om een crachoir te halen. Een goede gelegenheid
voor ons om de gedaanteverandering van de kelders
te bestuderen. In één ervan is de renovatie
nog in volle gang. De oude houten balken zijn weggehaald
en de grond is voor een belangrijk deel al afgegraven.
De andere is gevuld met vaten van twee of drie jaar
oud en ziet er met zijn nieuwe vloer juist eigentijds
uit. Hier kun je mee voor de dag komen, dat is duidelijk.
2003: de proef op de som
Wij brengen de mond op smaak met de pinot noir 2003,
die vlak voor de laatste oogst gebotteld is. Een pure
plezierwijn van druiven uit Meursault, waar het zachte
fruit bovenuit stuift. Nu al heerlijk drinkbaar. Dan
begint een proefmarathon zonder weerga. Uit de pipet
komen de volgende vatmonsters van het jaar 2003: Hautes-Côtes
de Beaune ‘Aux Crétots’ -
Mooie, levendige kleur met een diepe neus en veel
sappig fruit in de mond. Soepel, met opvallend aangename
zuren. Volgens Kat heeft juist een appellatie als
de Hautes-Côtes, die in gewone jaren wel eens
wat zon tekort komt, geprofiteerd van het uitzonderlijk
warme jaar 2003. Santenay Villages - Iets donkerder van kleur,
met in de geur en de smaak wat gekookt fruit en een
vleugje vanille. Op de achtergrond voldoende zuren. Beaune 1er cru ‘Les Montrevenots’-
Van een op grote hoogte gelegen perceel, tegen Pommard
aan. Loopt over van rijp fruit; diepe en geconcentreerde
smaak, met wat jodium en zwarte kersen. Ondanks de
veranderde technieken zou het Kat niets verbazen als
deze wijn straks makkelijk tien jaar meegaat. Beaune 1er cru ‘Les Avaux’ -
Van een lager op de heuvel gelegen stuk grond met
overwegend klei. Wordt in tegenstelling tot voorheen
niet meer geklaard voor botteling. Flirtuoze neus
en een mond vol dikke, rode jam. Beaune ‘Les Cras’ - Van 90 jaar
oude stokken op een ondergrond van mergel. Normaliter
komen er vier of vijf vaten van deze wijngaard maar
vanwege de droogte van 2003 en een nieuwe snoeiwijze
is het er ditmaal slechts één. Mooie
diepe en gezonde kleur en een verfijnde, meer ingetogen
neus. Prachtige verfijnde en complexe smaak, opgebouwd
uit meerdere lagen die steeds maar weer blijven terugkomen.
Ook Stéphane is erg gecharmeerd van deze wijn:
“Dit spuug ik altijd naar binnen”. Beaune 1er cru ‘Les Reversées’
- Van een stukje van de heuvel dat eerst oostwaarts
gelegen was, maar is omgevallen in de richting van
het zuiden. In deze wijngaard wordt al 20 jaar biodynamisch
gewerkt. Net als bij de overige wijnen tref je hier
ook de diepe, gezonde kleur die karakteristiek is
voor het zonrijke 2003. Iets moeilijker te beoordelen
vanwege de licht reductieve fase waarin de wijn verkeert.
Aantoonbaar veel materie en veel beet. Aloxe-Corton Villages - Goed gemaakte en
toegankelijke wijn met een neus van gekookt fruit
en een prettige, vlezige smaak. Tikkeltje rustiek.
Aloxe-Corton 1er cru ‘Les Guérets’-
Iets donkerder van kleur en een indringende neus met
kersenfruit. Opvallend dik, vlezig en robuust van
smaak. Hoog alcoholpercentage (15,2%). Kan zo in de
film ‘Sideways’. Corton ‘Le Rognet’ - Van donkere
grond met veel ijzer. Verfijnde neus met specerijen.
Sappig en diep, met veel inhoud en structuur. Slechts
twee fusten geproduceerd.
Corton ‘Les Chaumes’ - Rode wijn
van witte (kalk)grond. Juweel van een wijn met een
fijne en intense neus met rode bloemen en terroir.
In de mond een ragfijn web van fruit en kruiden. Pommard ‘Les Épenots’ -
Aangename, typerende Pommard, met meer finesse dan
kracht. Een van Kats favorieten. Vosne-Romanée Villages - Van een perceel
midden op de heuvel, aan de andere kant van de muur
van Clos Vougeot. 60 jaar oude stokken. Nog een beetje
reductief in de neus. Zachte specerijen in de smaak.
Diepgang en volume. Gevrey-Chambertin ‘En Champs’ -
Druiven afkomstig van een nieuwe toeleverancier uit
Brochon. Soepel, gemaakt op het fruit. Gevrey-Chambertin ‘Lavaux Saint-Jacques’
- Prachtige wijn, met een fraaie, complexe neus
waarin je je helemaal zou willen vergeten. Complex
en verfijnd, met een eeuwenlange afdronk. Nuits-Saint-Georges 1er cru‘Les Vaucrains’
- Donker kersenrood, met een diepe neus waarin
het terroir overheerst. Mondvullend en complex, iets
tanninerijker dan de vorige wijnen. Veel structuur.
Chambertin - Innemende neus met zacht, gezond
fruit. Mooie zachte smaak, met kruiden en een pepertje.
Meer volume dan complexiteit. Zachte tanninen op de
achtergrond.
Oudere jaren
Nog enigszins beduusd van het overvloedige fruit
van 2003, begeven wij ons weer naar boven, waar de
genummerde flessen nog keurig in het gelid op ons
wachten. De eerste bevat een Maranges 1er cru
‘La Croix aux Moines’ 2002 met een
rijpe pinotneus en een smaak die meer bourgognegetypeerd
is dan de 2003. Opvallend is het nieuwe etiket, waarin
het familiewapen van de Girouds vervangen is door
het oude wapen met de bijenkorf dat het in vroeger
tijden sierde. Het is een eenvoudige maar smakelijke
wijn, een beetje rustiek zonder ruw te worden.
Aansluitend volgt de Aloxe-Corton 2002 ‘Les
Guérets’, waarvan wij daarnet de
2003 geproefd hebben. De smaak is iets eleganter dan
zijn jongere versie, met een behoorlijke complexiteit
en veel inhoud. Om even weg te leggen en over een
paar jaar weer te proeven.
Ook de Vosne-Romanée Villages 2002
biedt aardig vergelijkingsmateriaal met de jongere
versie. Het is een smakelijke plezierwijn met een
vleugje reductie in de neus, veel materie en duidelijk
aanwezige tanninen. Onze gastheer vermoedt dat deze
wijn op termijn meer zal bieden dan de 2003.
De Savigny-lès-Beaune ‘Les Gravins’
1993 stamt uit de beginjaren van Stéphane
Kat bij het bedrijf. In de donkere kleur is nog geen
enkele evolutie te merken. De neus is een beetje animaal,
met champignons, bosgrond en een beetje rook. Een
gastronomische wijn vol jeugdige kracht en smaak,
die nog jaren meekan. Trots toont Stéphane
de elastische kurk die de lange levensduur moet helpen
garanderen.
De Pommard ‘Les Pézerolles’
1988 is lichter van kleur en vertoont een neus
die typerend is voor een ontwikkelde bourgogne met
aarde, leer, rotte bladeren en rauw wild. De smaak
is rijp en romig, met veel materie en mooie hoge zuren.
Een schitterende maaltijdwijn, die zich in het glas
voortdurend blijft ontwikkelen.
De laatste rode wijn is een Corton Bressandes
1976. Fris van kleur, met slechts een fractie
oranjebruin en wit aan de buitenkant. In de neus aroma’s
van cacao, tabak, rozijnen en een beetje mest. De
smaak doet denken aan een oude port met butterscotch,
rozijnen, jam van pruimen en abrikozen, en nog steeds
een aangenaam zuurtje op de achtergrond. 25 jaar lang
was deze wijn onproefbaar maar nu is hij er helemaal.
Een wijn om in een groot glas uit te schenken en urenlang
te ruiken, te praten en te zwijgen. Geroerd, bijna
met tranen in de ogen, kijkt Kat ons aan. “Zie
je, als de mensen maar geduld hebben.” ‘Rustieke
pastoriewijnen’ werden ze in een publicatie
genoemd, en nog kan Stéphane zich over deze
associatie opwinden. Wij kunnen niet anders dan het
met hem eens zijn. Als dit pastoriewijnen heetten
dan zouden de seminaries weer vollopen en klonk er
elke avond opgetogen gezang uit alle consistories
van de natie.
Tot slot komt er nog een drietal flessen wit op tafel.
Eerst de Hautes-Côtes de Beaune blanc 2002.
Een aangename frisse wijn; romig en rond van smaak,
met veel rijp wit fruit en een vleugje zoete citrus.
Dan de Mercurey ‘Les Byots’ 2001,
waarvan de vinificatie door François is gestart
en na zijn onverhoedse vertrek door de rest van de
equipe is afgemaakt. Een fractie geler van kleur dan
de vorige wijn, met aroma’s van boter en een
beetje menthol en een vetje in de ronde, volle smaak.
Niet echt diep maar zeker aangenaam.
De opmerkelijkste wijn blijkt tot het laatst bewaard.
De Savigny-lès-Beaune ‘Les Peuillets
1997 heeft een goudgele kleur en een fascinerende
neus van specerijen, marsepein, kokos, bladerdeeg
en speculaas; alles door elkaar. De smaak is die van
een rijpe chardonnay, met een bittertje, noten, zachte
citrus en een mooi zuurtje. Een zeer bijzondere wijn,
die in niets lijkt op de witte bourgognes waarmee
wij vertrouwd zijn. Kat kijkt het glimlachend aan.
‘De patisseriewinkel’ noemt hij deze Savigny,
en daar kunnen wij ons alles bij voorstellen. Geen
wijn voor bij de maaltijd maar eerder voor het apéritief.
Meer in de stijl van François Giroud dan van
David Croix, die hem veel minder kan waarderen.
Terugblik
In restaurant Le Gourmandin blikken wij boven de
boeuf bourguignon terug op een bijzondere ervaring.
Wij hebben een fascinerende man ontmoet, werkend vanuit
een grote traditie maar met een open oog voor de toekomst.
Een gepassioneerd
mens, met warmte sprekend over wat hem beweegt. Een
baken in de overgang van oud naar nieuw. Onmiskenbaar
is er bij Giroud sprake van een nieuwe stijl, maar
geenszins vormt die een abrupte breuk met het verleden.
Ook de ‘nieuwe’ wijnen zijn authentiek
en van hoge kwaliteit, met naast finesse en fruit
een duidelijk herkenbaar terroir. Anders gemaakt en
eerder drinkbaar dan hun voorgangers, maar met een
herkenbare identiteit waarin de hand van de natuur
zichtbaar blijft.
De gezette Amerikaan aan het tafeltje naast ons heeft
een Montrachet en een Clos Vougeot laten decanteren.
Ook hij heeft kennelijk een zware dag gehad. Na met
zijn laatste restje energie van elke wijn een teug
genomen te hebben valt hij boven de slakken in slaap
en glijdt de rekening uit zijn vermoeide hand. Terwijl
ik deze voor hem opraap, kan ik het niet laten om
even te spieken. 650 euro staat er voor de beide wijnen
op de rekening. 325 euro per geconsumeerde slok. Even
wordt het mij zwaar te moede. Bestaat er grotere lompheid?
Grotere minachting voor het mooiste dat de wijngaard
kan bieden? Zou het waar zijn dat geld soms meer kapot
maakt dan je lief is? In gedachten bid ik dat de wijnen
van Giroud nooit van hun lange leven door respectloze
Yanks als deze ontdekt zullen worden. Maar veel tijd
om verder te mijmeren is er niet. Morgen weer een
dag, en wie weet hoe zwaar die nog zal worden.
Intronisatie
De heilige mis heeft ze goed gedaan. Is het niet
vanwege de zegen die er over hun is afgeroepen, dan
wel vanwege de rustpauze die ze na hun vroege rondgang
zeker verdiend hebben. Onder opwekkend tromgeroffel
hervatten de fiere Vincentiusdragers hun voettocht
naar de binnenplaats van de Hospices de Beaune. Keurig
in het gelid zien zij met hun beelden en banieren
toe hoe een fleurige stoet volwassen mannen in rood
met gele gewaden het podium aan de overzijde bestijgt.
Het is de Confrérie des Chevaliers du Tastevin,
die zo dadelijk een aantal oude
wijnbouwers in haar midden op zal nemen. Eerst de
notabelen uiteraard, met voorop monseigneur Minnerath
die wij net nog hebben mogen aanschouwen op het altaar
van de basiliek. Dan de oude boeren en boerinnen,
die stuk voor stuk worden afgeroepen om voor het oog
van hun familie en geliefden een symbolisch tikje
met een oude druivenstok in ontvangst te nemen. Een
welkome waardering, waar deze brave landlieden lang
op hebben moeten wachten. Sommigen tè lang:
een enkele keer treedt er na het afroepen van een
naam niemand naar voren en blijft het Chapitre ongetekend
…
Kippenringetjes
Als wij de Place de la Halle weer opkomen, weten
wij niet wat wij zien: heel Beaune is één
vrolijke bende. Gewapend met een ‘pack-dégustation’
bestaande uit een kristallen proefglas met een houdertje,
een handvol kippenringetjes en een alcoholtest, zijn
duizenden bezoekers uitgewaaierd over de straten en
pleinen van de Bourgondische hoofdstad. Tegen inlevering
van de ringetjes zijn op vier strategische locaties
de smakelijkste wijnen van Beaune en omgeving verkrijgbaar.
Vrijwel alle huizen van betekenis zijn aanwezig, van
Bouchard tot Comte Senard, van Louis Jadot tot Jacques
Prieur. En elk doet zijn uiterste best om het mooiste
van wat hij aan regionale wijnen te bieden heeft,
te demonstreren. De premiers crus worden met gulle
hand geschonken. De kippenringetjes zijn bedoeld om
het drankgebruik in de hand te houden, maar wie ze
in probeert te leveren wordt meewarig aangekeken.
Het is feest en dat zullen wij weten ook. En hoewel
het een drukte van belang is, blijft de stemming dan
ook opperbest. Met het proefglas aan een koordje om
de hals schuiven zij handenschuddend van kraam naar
kraam. Als er al eens een glas in tussen de feestenden
in scherven valt, klinkt er een luid gejuich en wordt
de ongelukkige van alle kanten een nieuw gereedschap
aangereikt.
Naast de openbare degustaties zijn er op tal van
plaatsen in de stad tegen betaling proeverijen bij
te wonen van wijnbouwers, wijkwinkels en wijnhuizen.
Een der opvallendste is die van vertegenwoordigers
van de biologische en de biodynamische wijnbouw die
zich ten huize van Joseph Drouhin gezamenlijk presenteren.
Een unieke gebeurtenis, waarbij gereputeerde Bourgondiërs
als Philippe Drouhin en Pascal Marchand zich niet
te groot achten om de aandacht te delen met kleinere
producenten als Emmanuel Giboulot en Thierry Guyot.
Een initiatief dat navolging verdient.
Na een hele middag degusteren en een avondlang dineren
herinneren wij ons de alcoholtest die deel uitmaakte
van het proefpakket. Met tevredenheid stellen wij
even later vast dat de kristallen exact tot aan het
streepje zijn verkleurd. Een ganse dag genoten en
geen gram teveel.