D.O. Toro, een voorbeschouwing
door Emilio Saez van Eerd
De D.O. Toro ligt als laatste D.O. aan de Duero
op Spaans grondgebied voordat de rivier Portugal
instroomt en verdergaat als de Douro. In het oosten
grenst Toro aan Rueda. Toro ligt voornamelijk in
de provincie Zamora ten zuiden van de stad Toro.
Het gebied ligt op een hoogte van 600 tot 750 meter,
en ligt op de hoogvlakte van de Meseta Castellana.
Het noorden van de regio staat beter bekend als de ‘broodzone’,
omdat het landschap gedomineerd wordt door graanvelden.
Het zuiden is echter vrijwel uitsluitend beplant
met wijngaarden.
De Guareña rivier die dwars door de D.O.
loopt, vindt haar aansluiting op de Duero net ten
zuiden van de stad Toro. Daar heeft de kiezelachtige
bodem een hoog kalkgehalte. Echter de wijngaarden
zijn geplant op zandbodems met een goede drainage
en een arme ondergrond van stenen met weinig organische
materie en voedingstoffen. Het klimaat van Toro is
duidelijk continentaal met zeer droge zomers en extreem
koude korte winters. De temperatuur heeft een jaarlijks
gemiddelde van 13,5º Celsius. Er valt zo´n
500 mm regen in het oosten, terwijl in het noorden
van Toro maar 350 mm valt, verspreid over 60 dagen.
De regio telt 3000 uren zon.
De productie van de wijn in de regio van Toro bestaat
al sinds mensenheugenis. De nabijheid van Salamanca
als de oudste universiteitsstad van Spanje, opgericht
in 1215, droeg in belangrijke mate bij in de bloei
van de wijnen van Toro. Hoewel de wijnen al in de
16e eeuw tot de beste wijnen van Spanje behoorden
was de officiële D.O. status pas in 1987 een
feit
De fhylloxera dwong de wijnboeren in de regio van
Toro over te stappen op de bulkhandel. Rioja nam
de rol van Toro in die tijd gemakkelijk over, omdat
daar de wederopbouw sneller ging en de contacten
met Frankrijk sterker waren. De bulkhandel bleef
lange tijd een de belangrijkste bron van inkomsten.
Enkele pioniers uit de regio zelf zoals Fariña
en later ook Frutos Villar introduceerden eind jaren ’80
nieuwe moderne wijnbereidingstechnieken, en zorgden
met hun gebottelde moderne wijnen voor een eerste
opleving van Toro. Maar het waren met name de oude
wijnstokken en de goede klimatologische omstandigheden
die de aandacht trokken van bekende wijnmakers uit
Spanje. Vega Sicilia, Pesquera, Señorio de
San Vicente, Mauro of Bodegas de Crianza Castilla
La Vieja, kochten aan het eind van de jaren ´90
grond om er kwaliteitswijn te maken van het hoogste
niveau. Deze laatsten, veelal afkomstig uit andere
bekende Spaanse wijnregio´s zoals Rioja en
Ribera del Duero stonden aan de basis van Toro´s
tweede opleving. Voordat de eerste jaargangen van
deze nieuwe wijnmakers van Toro op de markt waren
werd Toro door de Spaanse critici al in één
adem genoemd met Rioja, Priorato, Ribera del Duero.
De voorkeur voor tinta de toro, (de lokale naam
voor tempranillo) blijkt uit de aanplant die zo´n
58% van het totaal beslaat. Andere toegestane variëteiten
zijn garnacha 4% voor rood, en voor wit de malvasia
16% en verdejo 3%. Sinds 1990 is de aanplant van
palomino verboden. De laatste tijd is de cabernet
sauvignon zeer gewild nadat de experimenten aantoonden
dat ze een goede aanvulling vormden op de tinta de
toro. Toro ontleent zijn kwaliteit aan de rode wijnen.
Het zijn wijnen met veel kracht (de D.O. Toro stelt
dat alle rode wijnen minimaal 75% tinta de Toro moeten
bevatten) alcoholisch, glycerinerijk en met veel
rijp fruit. Deze wijnen vormen de basis voor de nieuwe
stijl Spaanse wijnen, heel anders dan de lichtere
stijl gerijpte wijnen uit Rioja die in de jaren 80
zo bekend werden.
Copyright by : Wijnplein.nl | Jan Rook | | 4 bezoekers op de site