Het enorm grote bord op hoge zuil met “OROT
AMANT” erop, is al van ver te herkennen. Het
betreft de bodega van Antonio “Palacio de Bornos”
Sanz, maar we zijn gekomen voor Telmo Rodriguez.
Aangezien we geen van beiden aantreffen gaan we zelf
maar naar binnen. De deur naar de bodega kan ik gewoon
openduwen en ik sta in een lege hall die aansluit
op een tweetal onbemande en onverlichte kantoren.
Iets zegt me dat ik hier niet goed zit. Als ik weer
omdraai om naar buiten te lopen hangt er en klein
handgetekend briefje op de binnenkant van de deur,
waaruit ik kan opmaken dat de ingang aan de achterkant
is. Terwijl we via de buitenkant om de bodega heenlopen
roept iemand ons van de andere kant. Het is Telmo
Rodriguez. Hij begroet ons hartelijk en begint vrijwel
direct na wat algemene vragen een enthousiast verhaal
over wat zijn filosofie van wijnmaken. We hebben hier
te maken met een geroutineerde verteller die duidelijk
vaker wijnjournalisten te woord staat. Hij is klein
van stuk, maar zijn naam staat garant voor grootse
wijnen. Zonder twijfel is hij een van de meest energieke
wijnmakers van Spanje. Al meerdere malen werd naar
hem verwezen als de 'Driving-Flying Wine Maker' van
Spanje, omdat hij in meer dan 10 wijngebieden wijnen
maakt onder de paraplu van Compania de Vinos Telmo
Rodriguez. Hij wordt gedreven door de authenticiteit
van de druif en wil dat zijn wijnen betaalbaar blijven.Met
andere woorden: betaalbare wijnen met karakter. Vanwaar
die drijfveer?
Autochtone druivenrassen
“Toen ik startte met de Compania de Vinos had
hij geen geld, geen bodega en geen wijngaarden. De
druiven die ik toen kocht mochten dus niet te duur
zijn en mijn keuze viel op zeer oude garnacha druiven
die in Navarra van die tijd , rond 1995, geen kans
van slagen meer hadden tegen het oprukkende geweld
van de cabernet sauvignons. De garnacha werd gerooid
om er vervolgens importdruiven voor in de plaats te
nemen.
Ik begreep niet dat niemand inzag dat díe ontwikkeling
uiteindelijk rampzalig zou worden voor de Spaanse
wijnbouw”. Echter, deze situatie vormde vreemd
genoeg wel de basis voor een filosofie die hij sindsdien
niet meer heeft losgelaten. Wijngaarden zoeken in
gebieden met oude autochtone wijnstokken waarin de
meeste lokale wijnboeren het vertrouwen hebben verloren,
en de authenticiteit van de druif respecteren. Vervolgens
een partner zoeken in de regio die de installaties
aan kan bieden, wijnmaken en verkopen. Inmiddels heeft
hij op basis van dit concept ook zijn eigen bodega
in Rioja Alavesa en hij verbond zijn naam aan tal
van andere wijnen die op een of andere wijze zijn
stempel dragen. Zo treffen we zijn wijnen aan in Rueda,
Alicante, Malaga, Galicië, een vino de la tierra
in Cebreros, Cigales, Castilla Y Leon en Ribera del
Duero.Telmo pretendeert niet dat iedere wijn die hij
maakt de beste wijn van de regio moet zijn, maar hij
probeert wel het karakter van de lokale druif terug
te laten komen in de wijn. “De wijn moet eerlijk
en toegankelijk blijven, en dat kan alleen als de
druiven die gebruikt worden goed zijn” aldus
Telmo.
Fenomeen Telmo
Wie is Telmo Rodriguez eigenlijk? De bijna verfranste
Spanjaard (hij studeerde oenologie in Bordeaux en
trouwde later een Française) is een telg uit
de Rodríguez familie die ook Remelluri in Rioja
Alavesa acief is. Tot 1997 was Telmo
er oenoloog, maar hij was ambitieus en liet zich door
zijn vader niet tegenhouden. In 1994 richtte hij zijn
eigen bedrijfje op die erop gericht was wetenschappelijk
informatie uit te wisselen met diverse docenten aan
de universiteit van Bordeaux. Dit idee was ontstaan
toen hij in Rioja terugkwam van zijn studie in Bordeuax
en tot zijn verbazing absoluut geen historische data
over de druiven kon vinden. Het enige wat er in die
tijd werd bijgehouden was het suikergehalte van de
druif. Tot op de dag van vandaag meet hij, rebels
zoals hij is, dan ook geen suikers meer in de druif.
Zijn uitgangspunt is dat het suikergehalte van de
druif hem niets zegt over een wijn die hij wil maken.
Telmo is één van de bekendste oenologen
van Spanje, en kent als geen ander de potentie van
de Spaanse wijnbouwgebieden. Als hij ergens iets begint
dan is dat, omdat hij er iets bijzonders heeft gevonden,
een onbekende druif, zeer oude stoken, unieke combinaties
van de bodems, hij kan niet stilzitten. Zoals hij
zelf aangeeft: “ik ben nooit tevreden”.
De drang tot prestatie drijft hem uiteindelijk naar
zo´n beetje alle gebieden van Spanje en dus
ook naar Toro.
Toro
In Toro begint hij, omdat hij in het naburige Rueda
al samenwerkte met Antonio Sanz om er zijn Rueda Basa
te maken. Toen Antonio in Toro begon was dat ook de
ideale gelegenheid voor hem om mee te gaan en de tempranillo
in de gedaante van de tinta de toro op zijn eigen
wijze aan te pakken.
De bodega is niet bepaald mooi. Het heeft - zoals
veel andere bodegas aan de 'wijnboulevard' van Toro
- geen trendy vormgeving. Als je bijna het dorpje
Toro binnen rijdt vanuit Tordesillas zie je een reeks
van bodegas naast elkaar aan weerszijden van de N122.
Telmo: “Sommige bezoekers zijn geschokt als
ze mij bezoeken. Omdat ik toevallig bekender ben dan
de meeste andere oenologen, verwachten mijn bezoekers
ook een 'state of the art' bodega bij me aan te treffen.
Mij interesseert het niet of de bodega mooi is, als
mijn wijnen het maar zijn”, vertelt hij terwijl
we de bodega inkruipen via de roldeur aan de achterkan.
We krijgen een glas aangereikt en volgen Telmo voorzichtig,
omdat we nog half verblind zijn door de felle zon.
En terwijl onze ogen zich herstellen heeft Telmo,
gewapend met een plastic slangetje, een glas en een
emmer zich al tussen de vaten gewurmd een glas met
de Dehesa Gago 2003 gevuld.
Hij schenkt zijn de wijn over in onze glazen. We
proeven. Een zeer toegankelijke neus met veel rijp
fruit en een beetje kruidig. In de mond vallen de
frisse zuren en fruit op. De structuur klopt. De wijn
maakt een levendige indruk, door de eveneens frisse
lange afdronk en dat is precies wat Telmo nastreeft,
het karakter van de druif moet in de wijn zitten.
“Het is niet mijn bedoeling om met een zo lang
mogelijke inweking zoveel mogelijk van alles uit de
tinta de toro te halen. Sterker nog, ik pas bijna
helemaal geen inweking toe, waar andere wijnmakers
elkaar om de oren slaan met inwekingen van 30 tot
soms wel 40 dagen”. Telmo trekt er een vies
gezicht bij, en dan ineens zegt hij: “kom maar
mee”.
Behendig springt Telmo van fust naar foeder en klautert
op een vat. De Gago, is iets sereuzer dan de Dehesa
Gago. Deze Gago 2003 is ook weer levendig, maar heeft
veel meer diepgang en complexiteit. Het fruit domineert
en de zuren zijn fris en elegant. De tanninen zijn
nu al zacht, maar moeten nog verder rijpen, kortom
een perfecte balans voor een vatmonster.
Ter afsluiting proeven we de Pago La Jara van het
vat, zijn absolute topwijn, zeer verfijnd, met zachte
tannines, en wederom veel fruit en kruiden. Een complexe
en evenwichtige wijn met een zeer lange afdronk. Deze
wijn wordt in open foeder gegist en krijgen een fluweelzachte
behandeling. Niets wordt overgepomt of onnodig bewogen.
De natuurlijke concentratie van de tinta de toro van
oude stokken vraagt om hout. En alleen het beste hout
is goed genoeg. “Ik koop zelf mijn eikenhout
in en laat het twee jaar in Frankrijk drogen alvorens
er fusten van te maken”. Hij geeft zelf toe
dat hij op dat vlak aardig is doorgeslagen. Hebben
we hier met een freak of een genie te maken, vraag
ik me af en toe af. Bij ons afscheid vragen we om
zijn kaartje en informatie over de wijnen. Maar hij
verontschuldigt zich gladjes met de woorden dat hij
een “desastre” is in dit soort dingen,
alsof hij wil zeggen dat je niet overal goed in kunt
zijn. Duidelijk is in ieder geval dat het de moeite
waard is Telmo te blijven volgen want Spanje heeft
nog zeker 50 D.O.´s en evenzoveel wijngebieden
zonder D.O. waar hij nog niet actief is. Informatie
voor mijn eigen archief krijg ik nog nagestuurd.
Toresanas, de bodega van Antonio Sanz vormt de thuisbasis
van Telmo Rodriguez in Toro.
Copyright by : Wijnplein.nl | Jan Rook | | 12 bezoekers op de site