Met
Trimbach naar de Confrérie, deel 3: ‘Trala
lala lalala’
Door Johan Veenstra
Veel tijd voor verdere bespiegelingen is mij niet
gegund. Vanuit de entree van de kapel aan de overzijde
klinkt het geluid van jachthoorns die het begin van
de plechtigheden aankondigen. Gedwee volgen wij onze
gastheer naar binnen, benieuwd naar het ritueel dat
ons te wachten staat.
Het presidium van de Confrérie
maakt zich er niet met een Jantje-van-leiden af. Hotemetoot
na hotemetoot put zich uit in een eindeloze lofzang
op al het goede wat de Elzas te bieden heeft. Een
enkele spreker loopt daarbij zo rood aan dat ik even
vrees dat hij ter plekke het leven zal laten, onder
donatie van zijn tong en lever aan het plaatselijke
chapitre.
Verzaligd volgen de Confrères en Consoeurs
op het podium de woordenstroom van hun collega’s,
dromend van het moment dat ook zij aan de beurt zullen
komen om hun eloquentie te demonstreren.
Tot genoegen van de inmiddels bijna doorgezeten kandidaat-leden
wordt het nu echter tijd om de woorden ook van daden
te voorzien. Na een korte samenzang - “Sing
mal eins, trink mal eins …” - onder
leiding van de Grand Maître gaan de sprekers
bij toerbeurt over op een beschrijving van de belangrijkste
druivensoorten en schrijden de leden van het Conseil
des Jeunes – de bovengrens van 40 jaar is beslist
niet te krap genomen – langs de kerkbanken om
de glazen vol te schenken. Pinot blanc, muscat, riesling,
pinot gris en gewurztraminer gaan erin als Gods woord
in een ouderling. Klik
hier voor filmpje
Nadat de mond aldus vineus is gemaakt begeven wij
ons naar de binnenplaats voor meest zenuwslopende
onderdeel van deze bijeenkomst, het loodzware praktijkexamen.
Onder de strenge blik van de examinatoren moeten wij
twee wijnen van elkaar onderscheiden, een riesling
en een gewurztraminer. Bibberend van de zenuwen vul
ik de formulieren in en keer ik terug naar de kapel
voor de verdere verplichtingen.
Het bestuur van de Confrérie heeft van de
gelegenheid gebruik gemaakt om zich te hullen in een
rode toga. Nadat de pedel drie keer met zijn staf
op de vloer heeft gestampt om het nerveuze geroezemoes
te dempen, neemt de voorzitter het woord.
Stijf van de zenuwen wacht ik op de uitslag. Mijn
hart bonkt in mijn keel: is het gelukt, heb ik de
proef succesvol afgelegd, ben ik op weg naar de hoogste
eer die er voor een eenvoudige wijnjournalist te behalen
is? En als de Grand Maître eindelijk vertelt
dat alle kandidaten geslaagd zijn voor de praktijktest
zou ik willen opspringen van vreugde. Niet te geloven!
Geslaagd! Opgenomen in de rij der groten van de Confrérie
Saint-Etienne d’Alsace!
Toegegeven, er zijn meer Nederlanders die erkenning
hebben gekregen voor hun verdiensten. John Bindels
is recentelijk ridder geworden in de orde van Oranje
Nassau, Hubrecht Duijker draagt al langer de titel
van Officier de l' Ordre du Mérite Agricole
maar in wezen betreft het hier slechts bescheiden
verdiensten: een doosje sigaren roken en een plankje
boeken schrijven over wijn. Maar een riesling onderscheiden
van een gewurztraminer op de Confrérie Saint-Etienne
op Château Kientzheim te Kaysersberg, de geboorteplaats
van de grote theoloog Albert Schweitzer, dat is toch
andere koek. Een succes dat pas gehaald kan worden
na jaren van oefenen en een leven vol volharding.
Een prestatie die schreeuwt om een medaille en een
wijnvat aan een hel gekleurd lint.
Tevreden zak ik weer terug op de harde kerkbank.
En terwijl de geslaagden cohort voor cohort worden
ingezworen dwaalt mijn oog in de halfduistere kapel
af naar de rijzige gestalte van onze gastheer, die
twee rijen voor mij zit. Hoe zat het ook al weer met
zijn missie en zijn wijnen? Streng of uitbundig? Protestants
of katholiek? Ik ben er nog niet uit.
Dan gebeurt er iets totaal onverwachts. Als op een
teken van boven opent de kerkdeur zich op een kier
en valt er een smalle straal licht op het hoofd van
Jean Trimbach, erfgenaam van een 400 jaar oud wijnbouwersgeslacht
in de Elzas. En in mijn hoofd wordt plotsklaps alles
duidelijk. I HAVE SEEN THE LIGHT!
In een kleurrijk visioen zie ik Jean Trimbach opstaan,
naar voren lopen en zich opstellen voor een koor van
mannen en vrouwen in rode toga’s. De blozende
misdienaar uit Ribeauvillé is veranderd in
een swingende dominee uit Illinois en spreekt zijn
discipelen opzwepend toe:
When I woke up this morning, I heard a disturbing
sound. I said, when I woke up this morning, I heard
a disturbing sound. What I heard was the jingle-jangle
of a thousand lost souls. And I‘m talking about
the soul of modern men and women, departed from Riesling
Clos Sainte Hune. Wait a minute, those lost jangle
souls roamin' unseen over the earth, seek the divine
wine, they'll not find. Because it's too late... too
late yeah, too late for them to ever taste again,
the wine they once chose not to drink! Alright, alright,
don't be lost when the time comes. For the day of
the Lord cometh, as a thief in the night. Amen.
En als de muziek opkomt zet hij in, regel voor regel
geantwoord door het koor:
Oh let us all – All go back
To the old – Old landmark
Let us all – All go back
To the old – Old Landmark
These are the days of the Lord.
Meer
heb ik niet nodig om het definitieve antwoord te weten
op de hoofdvraag van vandaag. F.E. Trimbach maakt
geen roomse wijnen, dat is zeker. Maar ook geen zwarte
kousenwijnen die alleen begrepen worden door een uitverkoren
groep van strenge ouderlingen. Jean Trimbach staat
aan het hoofd van de Blije Evangelische Gemeente,
vervuld van de Heilige Geest, gelaafd door blijmoedigheid
en fundamentalisme en gedreven door de verkondiging
van Zijn naam.
Een conclusie die bezegeld wordt met de laatste verzen
van een bekende psalm in de berijming van Jean Trimbach:
My bottle lies over the ocean
My bottle lies over the see
My bottle lies over the ocean
So bring back my bottle tot me
Trimbach, Trimbach, oh Trimbach my bottle
to me, to me
Trimbach, Trimbach, oh Trimbach my bottle to me
At Trimbach the Riesling is regal
A dry wine that never sees ‘wood’
So good it might well be illegal.
Just not well-enough understood
Trimbach, Trimbach, oh Trimbach my bottle
to me, to me
Trimbach, Trimbach, oh Trimbach my bottle to me.