In de vallei van de Rio Magro ligt Bodegas Vegalfaro.
Aan de basis van het bedrijf liggen de inmiddels ruim
20 jaar oude wijnstokken. Dat is op zich toch niet
bijzonder. Maar wel als het merlot, shirah, cabernet
sauvignon, chardonnay
en sauvignon blanc betreft. Niemand behalve Andrés
Valiente in Utiel-Requena dacht in 1982 aan iets anders
dan bobal en bulk. Zelfs andere gebieden in Spanje
waren nog niet zover. Alleen grote bedrijven als Torres
en enkele andere voorlopers in Rioja en Navarra konden
zich dergelijke luxe permitteren.
Ontvangst
Andrés Valiente ontvangt ons op donderdagmiddag
op zijn landgoed. Zijn zoon Rodolfo is verhinderd.
Van ver af zie ik hem ons staan opwachten, terwijl
we de weg naar de bodega inslaan. Helaas komen we
een uur later aan dan afgesproken. Een eerder opgelopen
vertraging in het programma hebben we niet meer in
kunnen halen. Als een gentleman leidt hij ons tot
aan de wijngaarden, die van de bodega af tot aan de
rivier Magro lopen. En vanaf een terrasje, overzien
we alle wijngaarden, tot op een aantal kilometer afstand.
Casa Alfaro, Casa Capote en finca La Muela zijn de
namen van zijn wijngaarden, die hemelsbreed ingeklemd
liggen tussen bodegas Murviedro en Torre Oria in liggen.
Oprechte passie
Alle stokken zijn geplant door Andrés Valiente,
een fenomeen in runderhuiden, en ex-eigenaar van een
zeer succesvol familiebedrijf dat tot de tien grootste
van Europa in zijn sector behoort.
Voor het geld hoefde hij het dus niet te doen. Als
een telg uit een wijnbouwersfamilie heeft hij in tegenstelling
tot zijn broers, die ook in de runderhuiden zitten,
de passie voor wijn van zijn voorouders overgenomen.
Wat brengt iemand ertoe 70 hectaren wijngaard aan
te planten terwijl je een bedrijf runt van 375 personen?
Rare Franse druiven
Pure passie, dat is duidelijk. Inmiddels is Andres
Valiente naar mijn schatting de 65 gepasseerd. Hoewel
zijn vrienden in de wijnwereld hem jarenlang voor
gek verklaarde, met zijn ‘rare Franse druiven
tussen de alles dominerende bobalstokken’, hield
hij vast aan zijn droom, dat alleen van de beste druiven
de beste wijnen worden gemaakt.
De tijd heeft de visie van Andres Valiente enigszins
achterhaald. Maar het lijkt erop dat hij zijn mening
niet bijstelt, als we voorzichtig vragen wat hij van
de “nieuwe” bobals vindt. Uit respect
voor zijn mening en de indringende lichtelijk suggestieve
tegenvraag, dat ik het toch met hem eens moest zijn
dat de beste wijnen uit Frankrijk komen, besluit ik
hem gelijk te geven.
De zoon
Zoon Rodolfo Valiente, is pas sinds enkele jaren
in de wijn actief. Terwijl hij een managementpositie
bekleedde bij een transportmultinational in de haven
van Valencia, gooide hij zijn carrièreroer
volledig om.
Tot de verbazing van zijn vader, die hem nooit had
gestimuleerd om de wijnsector in te gaan, ging hij
oenologie studeren aan de wijnschool van Requena.
Daar nam hij als ervaren jurist weer plaats in de
schoolbanken. Toevallig deelde hij het cursusjaar
met veelbelovende studenten zoals Toni Sarrion van
bodega Mustiguillo en Pablo Calatyud, een andere rijzende
ster in Valencia.
Hoewel juist deze twee medestudenten nu succes oogsten
- mede dankzij de hulp van Sara Perez, dochter van
de Priorato-goeroe Jose Luis Perez - vertrouwde Rodolfo
me toe , dat hij destijds de offerte afsloeg om ook
met Sara Perez samen te werken.
Nu trekt hij denk ik wel eens zijn haren uit zijn
hoofd. Maar Vegalfaro heeft voldoende eigen kracht
om persoonlijke wijnen te maken.
Monovarietals
Toen Rodolfo een aantal jaar geleden met enkele monovarietals
van oude Franse wijnstokken op de markt kwam, stond
heel Utiel-Requena perplex.
Alsof de familie Valiente in het geheim zijn moment
afwachtte om toe te slaan.
Natuurlijk is het een en ander veranderd sinds 1982.
De bobal is inmiddels herontdekt. De Franse importdruiven
zijn niet per definitie zaligmakend. Het mooie van
Vegalfaro is, dat de toekomst juist in de blends ligt.
Rassen als cabernet sauvignon. merlot en syrah geven
een eigen stijl aan de wijn in combinatie met bobal.
En dan ook nog eens van oude stokken. En een betere
uitgangspositie dan Vegalfaro is bijna niet denkbaar
in Utiel-Requena.
Menig wijnmaker uit de regio is daar jaloers op.
Experimenten
Sinds een aantal jaren zijn de wijnen van Vegalfaro
op de markt. Zelf experimenteert Rodolfo met andere
variëteiten zoals malbec, nebiolo en riesling.
Tempranillo en bobal ontbreken uiteraard niet. Hij
maakt ook behendig gebruik van garnacha tintorera
die hij heeft gekopieerd uit de buur-D.O. Almansa.
Druppelirrigatie
Alle stokken staan er gezond bij.
Het druppelirrigatiesysteem zorgt voor de juiste dosering
water, net voldoende om teveel stress te voorkomen.
De keuze in 1982 was duidelijk: nobele kleine druiven,
het tegenovergestelde van de toenmalige bobal en macabeo.
Andrés is er al 20 jaar lang van overtuigd,
dat een laag rendement van een halve liter most per
kilo druif, de sleutel is tot succes. De kleiachtige
rode grond draagt een steentje bij aan het lagere
rendement.
Geproefd:
Vegalfaro Rosado: een stevige donkere rosé,
50% merlot en 50% cabernet sauvignon, met drie maanden
hout. Frisse neus, veel fruit, stevige aanzet, sappig.
Rosé met een forse structuur, echte gastronomische
rosé, bijna als rood te drinken. Bijzonder!
Vegalfaro Joven 2004: tempranillo, bobal, merlot,
cabernet sauvignon.
Veel fruit, eenvoudige stijl, prettig drinkbaar, geen
hoogvlieger, lekker voor bij het eten.
Vegalfaro Semi crianza 2004: 3 maanden hout, zelfde
samenstelling tempranillo, bobal, merlot, cabernet
sauvignon als de jonge wijn zonder hout. Fruitig,
matige balans, matige structuur.
Vegalfaro Crianza 2003: Tempranillo, merlot, syrah.
Krachtige inzet, duidelijke invloed van de syrah,
fruit en kruidigheid, beetje droppig in de afdronk.
Pago de los Balagueses Merlot 2003: Typisch voorbeeld
van een merlot in een te warme regio, te rijp geplukt,
veel extract, daardoor een beetje uit balans. Vermoeiende
wijn. Mist finesse om door te drinken. Geen gemakkelijke
wijn voor de Europese markt.
Pago de los Balagueses Syrah 2003: Elegante neus,
sappige fruitige inzet, zeer geconcentreerd. Ook hierbij
geldt, een wijn voor liefhebbers. Helaas niet voor
mij. Geen gemakkelijke wijn voor de Europese markt.
Vatmonsters
Tijdens een eerder bezoek aan de bodega begin juli
2005, proefde ik een blend uit 2004 van bobal en garnacha
tintorera op vat. Geweldige structuur, zacht fruitig,
zeer evenwichtig, en slechts 1 maand Hongaars eiken.
Ondanks zijn ruim 14% alcohol een zeer geslaagd experiment,
dat waarschijnlijk in een blend zal verdwijnen. Het
volgen waard.
Tempranillo 2004
8 maanden Hongaars hout, malolactische gisting op
hout. Krachtige sappige inzet. Mooie zachte tannines,
veel fruit. Goede balans met hout.
Merlot 2004
Ligt nu 1 maand op vat, maar zal zeker 7 maanden langer
blijven liggen. Frans eiken. Zeer mediterrane geur
van eucalyptus, en rozemarijn. Fruitig, sappig, veel
kracht.
Conclusies
Conclusie: Vegalfaro is een bijzonder bedrijf met
veel potentie. Helaas komt het nu nog niet uit de
verf met de wijnen die nu op de markt zijn.
Het ‘monovarietalverhaal’ van de merlot
en de syrah heeft me niet overtuigd, wat niet wegneemt,
dat er natuurlijk overal liefhebbers voor te vinden
zijn. Een eerder geproefde Vegalfaro Chardonnay ‘Fermentado
en Barrica’, had teveel hout en was daardoor
te log.
Ik denk dat de toekomstige blend van Rodolfo, een
grote toekomst zullen hebben.
Ik ben benieuwd hoe de huidige vatmonsters van tempranillo,
merlot en syrah het gaan doen met de de blends van
bobal en garnacha tintorera.