Vliegen is leuk, hoewel…

2017tap

Als ‘Flying Wine Writer’ heb ik heel wat uren in vliegtuigen doorgebracht. In de ‘Wereld van Peter Stuyvesant’, de reclame van vroeger die roken van dat bepaalde merk sigaretten in verband bracht met het internationale en de dynamische ambiance van de luchtvaart, gaat er nog wel eens wat mis. Hier een paar situaties die ik als ‘ervaringsdeskundige’ meemaakte.

Noodstop in Oporto

Ik was ingestapt in een vliegtuig van de Portugese maatschappij T.A.P. (volgens sommigen staat de afkorting voor ‘Take Another Plane’,) die mij van Oporto naar de hoofdstad Lissabon zou brengen. Het vliegtuig taxiede naar het begin van de startbaan. Daartoe moest het toestel over de enige start – en landingsbaan. Aan het einde van de baan, maakte het vliegtuig een volledige draai voor de ‘take off’.

Ik trok uit gewoonte nog een keer mijn veiligheidgordel aan en het vliegtuig zette zich in beweging. Toen we na de versnelling bijna het punt van rotatie hadden bereikt, werd het gas plotseling teruggenomen en ging het toestel vol in de remmen. De passagiers werden daardoor naar voren geworpen. Gelukkig verhinderde de veiligheidsgordel door de noodstop erger. Waarschijnlijk vertrouwden de piloten een taxiënd ander vliegtuig niet omdat die te dicht bij de baan kwam.

Tot mijn verbazing, draaide ons toestel om en reed doodgemoedereerd terug naar de plek op de baan waar de start begon. Ik zag nog net, dat een naderend vliegtuig moest doorstarten wat een ongebruikelijke manoeuvre is.

Kennelijk was de cockpit er achter gekomen – na het raadplegen van de handleiding – dat men niet opnieuw mocht starten, want bij een noodstop, moet men naar het platform terugrijden om technici de kans te geven om de banden door de noodstop te controleren. De piloten vonden het kennelijk niet nodig, om de passagiers over de gang van zaken te informeren.

Zo kreeg de afkorting van T.A.P. voor mij een bijzondere betekenis en besloot ik nooit weer met die Portugese maatschappij te vliegen.

De volgende keer: ‘getroffen door de blixem’.

Jan Rook

Reacties